De olieramp met het boorplatform Deepwater Horizon in 2010 is naar alle waarschijnlijk de oorzaak van de enorme dolfijnensterfte in de Golf van Mexico. Langs de kust spoelen veel meer dode dolfijnen aan sinds de ramp. Sectie heeft nu uitgewezen dat veel dolfijnen aangetaste bijnieren en longen hebben.

dolfijnensterfte
Deepwater Horizon in vlammen | Foto: Wikimedia Commons

In Barataria Bay, Lousisana in de VS werden al in 2011 levende dolfijnen met longproblemen ontdekt. Sindsdien zijn bij veel dolfijnen dezelfde problemen waargenomen door de National Oceanic and Atmospheric Administration (NOAA), een overheidsdienst die onder meer de gezondheid van zeezoogdieren monitort.

Oorzaak

Nu lijkt de inademing van vluchtige koolwaterstoffen afkomstig uit de gelekte olie de oorzaak te zijn van de dode en zieke dolfijnen. De helft van de dolfijnen die strandden tussen 2010 en 2012 bleken tevens beschadigde bijnieren te hebben. Een van de gevolgen hiervan is dat de dieren minder goed kunnen omgaan met stress. Daarbij worden de dolfijnen door de beschadiging van de longen vatbaarder voor een longontsteking. Ook het afweersysteem lijkt te zijn aangetast. Al deze factoren zorgen ervoor dat de sterfte onder de dolfijnen enorm hoog is.

Gevolgen

De olieramp met de Deepwater Horizon vond plaats in 2010. Miljoenen liters olie kwamen in zee terecht. De gevolgen ervan op het dierenleven in de Golf van Mexico zijn enorm. Zo blijkt uit een eerder rapport van de National Wildlife Federation (NWF) ook nog eens dat BP (eigenaar van Deepwater Horizon) veel te weinig heeft gedaan de aangerichte schade te herstellen.

Volgens het rapport zijn er in de maanden januari en februari van 2013 zes keer zoveel dode babydolfijnen gevonden als gebruikelijk is in die periode. Ook zijn er meer dan 1.700 schildpadden gestrand tussen mei 2010 en november 2012. Normaal gesproken ligt dat aantal rond de 240 per jaar.

Bron:

  • Nederlands Dagblad – 21 mei 2015 (papieren editie)

©AnimalsToday.nl