Dirk-Jan Verdonk: Stalbranden: geef dieren een kans

Afgelopen dinsdag was het weer raak: in Deurne ontstond brand in een varkensstal. Vijfhonderd varkens kwamen door de brand om. De krant meldde dat de brandweer geprobeerd heeft om de dieren te redden door frisse lucht de stal in te pompen. Een groot aantal varkens overleefde desondanks de brand niet. Maar er zijn ook varkens die wél gered konden worden. Het is belangrijk daar oog voor te houden en wel vanwege het volgende.

Stalbranden

Stalbranden: geef dieren een kans | Foto: Jack Tummers

Afgelopen zomer verscheen het langverwachte rapport Evaluatie Actieplan stalbranden. Daar is iets geks mee aan de hand. In een vorige bijdrage heb ik dat al uitgelegd: het rapport stelt dat de relatieve kans op (dodelijke) stalbranden klein is, terwijl het omgekeerde het geval is: de kans op stalbranden is ongeveer 1.5 keer groter dan de kans op woningbranden en de kans op fatale stalbranden is zelfs vele honderden malen groter dan de kans op fatale woningbranden. Het laat zich raden dat de miskenning door de onderzoekers van deze verschillen in kansen van invloed is op de evaluatie en de aanbevelingen. De auteurs erkennen wél dat áls er een dodelijke stalbrand is, deze doorgaans zeer grote aantallen slachtoffers eist, maar zij zijn (opzettelijk?) blind voor de stap ervoor: dat áls er een stalbrand uitbreekt, deze zo vaak fataal wordt. En dat heeft invloed op hun aanbevelingen – of het gebrek daaraan.

Cijfers
Nog even de cijfers. Per jaar zijn er zo’n 5.000 woningbranden waaraan de brandweer te pas komt. Op een woningvoorraad van 7,5 miljoen betekent dat een kans van 0,07% dat een woning met zo’n brand krijgt te maken, oftewel 1 op de ruim 1.400 woningen. Maar de kans op een woningbrand met
dodelijke afloop is slechts 0,00038%. Oftewel, slechts 1 op 184 van zulke woningbranden is fataal. In de vee-industrie liggen die cijfers volledig anders. In de rundveehouderij zijn 3 op de 7 branden waaraan de brandweer te pas komt fataal, In de varkenshouderij zelfs 4 op de 7 en in de pluimveehouderij is het helemaal dramatisch: 4 op de 5 branden zijn daar fataal.

Hét grote verschil tussen woningbranden en stalbranden is dus niet alleen dat tussen mensen en dieren en dat tussen weinig slachtoffers (meestal één) en heel veel slachtoffers (honderden, duizenden, tienduizenden), maar vooral ook dat áls er brand uitbreekt, dit in een woning zelden fatale gevolgen heeft en in een stal vaker wel dan niet. Dat verschil is, uiteraard, volkomen verklaarbaar. Bij brand in een woning waarvoor de brandweer uitrukt is er een gerede kans dat de bewoners niet thuis zijn en als ze er wel zijn, dat ze óf op tijd een veilig heenkomen kunnen vinden óf dat de brandweer hen ontzet. Als die kans er níét is, is dat even uitzonderlijk als gruwelijk. Hoe anders is dat bij een stalbrand in de vee-industrie. De dieren zijn er vrijwel altijd ‘thuis’ (en zo niet, dan zijn ze op weg naar het slachthuis) en zitten opgesloten en kunnen geen kant op, per definitie. Bij stalbranden is het niet hebben van een ontsnappingskans even normaal als gruwelijk.

Zelfredzaamheid
Nogmaals, dit verschil ligt volledig voor de hand. De onderzoekers van Wageningen Universiteit weten dat natuurlijk ook wel, maar de aandacht die ze eraan besteden is minimaal. Ze stellen: 
‘De niet-zelfredzaamheid van dieren en de geringe evacuatiemogelijkheden moeten uitgangspunt zijn voor het doorvoeren van verbetermaatregelen voor brandveiligheid in veestallen.’ Vervolgens hebben ze er bij veehouders en een klein kringetje andere ‘stakeholders’ (waaronder merkwaardig genoeg géén dierenbeschermingsorganisaties) nog wel naar gevraagd, maar deze zien op dit vlak in de praktijk geen ontwikkelingen – reden voor de onderzoekers om deze hele kwestie, die dus één van de fundamentele problemen behelst als het aankomt op stalbranden, te negeren onder het mom van ‘er zijn geen echte oplossingsrichtingen voor evacuatie van dieren in intensieve systemen.’

Geen  misverstand, de zelfredzaamheid van dieren in de industriële veehouderij is momenteel inderdaad zo goed als nul en evacuatiemogelijkheden zijn afwezig en ongetwijfeld niet overal makkelijk te realiseren. Echter, om je daar maar voetstoots bij neer te leggen, zoals de evaluatoren doen, is nogal wat.

Anders dan Wageningen Universiteit lijkt te suggereren, zijn veel dieren van nature behoorlijk zelfredzaam – wat betekent dat een zekere mate van zelfredzaamheid van dieren in de industriële veehouderij latent aanwezig is. In plaats van dat te negeren, kan die worden gestimuleerd. Een van de problemen bij de evacuatie van dieren bestaat eruit dat zij geen andere  omgeving kennen dan hun hok. Voor een deel van de dieren zal gelden dat ze daar in een stressvolle situatie geen afscheid van durven te nemen. Dus ook al is er een uitweg naar buiten, dan nog zullen ze daar geen gebruik van maken, uit angst, wild van paniek, ademnood en pijn of juist apathisch van de schrik. Dieren echter die in een stalsysteem leven mét buitenuitloop, zijn veel sneller geneigd te ontsnappen aan een brandende stal als daar gelegenheid voor is. Daar ligt dus wel degelijk een oplossingsrichting: stimuleer de zelfredzaamheid van en evacuatiemogelijkheden voor dieren door in te zetten op systemen met buitenuitloop. Het tweede en derde niveau van het Beter-Levenkeurmerk van de Dierenbescherming voorziet hierin.

Maar ook in gesloten stallen liggen mogelijkheden die niet of nauwelijks worden benut. Die variëren van innovaties om dieren een vluchtroute te geven tot sprinklerinstallaties tot iets relatief simpels als brandmelders.

Vluchtroutes
Het inrichten van vluchtroutes is ongetwijfeld geen sinecure. Maar onmogelijk is het niet. In de Tweede Kamer is Dion Graus al vele jaren voorvechter van onderzoek hiernaar, maar te oordelen naar het stilzwijgen daarover in de evaluatie is van implementatie tot nu toe bitter weinig terechtgekomen. Geen wonder als het geen vraag is hoe je dieren kunt evacueren, maar je uitgangspunt is dat er ‘eigenlijk geen oplossingsrichtingen zijn’. Een onderbouwing voor de acceptatie van dat uitgangspunt leveren de onderzoekers van Wageningen Universiteit niet. Niettemin, het blijft raar. In de Tweede Kamer meldde de staatssecretaris vorig jaar op 2 november dat er werd gezocht naar varkenshouders die het zogeheten ‘Stable Safe’-systeem wilden uitproberen, een systeem waarbij de dieren de stal uitkunnen bij een calamiteit en dat al getest is voor varkens – getuige
deze video uit 2015. In de evaluatie is van die zoektocht – en van mogelijke incentives om varkenshouders over de streep te trekken – geen spoor te bekennen. Toch zou je dat van een evaluatie verwachten, antwoord op vragen als: welke acties zijn ondernomen? Welke niet? En waarom niet? Welke acties werkten en welke niet? Waarom niet? Hoe zouden ze wél werkend kunnen worden gemaakt?

Sprinklerinstallaties
Wellicht eenvoudiger dan evacuatieroutes zijn sprinklerinstallaties, zeker in technische ruimtes. Sprinklers hebben hun waarde voor het verhogen van de brandveiligheid de afgelopen twee eeuwen ruimschoots bewezen. Uit de vele studies hiernaar blijkt dat de inschatting van de effectiviteit van sprinklerinstallaties varieert van 70.1% tot 99.5% – waarbij de meeste studies een inschatting laten zien van een effectiviteit van meer dan 90%. Toch zijn de onderzoekers van Wageningen Universiteit uiterst terughoudend als het op dit onderwerp aankomt en laten ze de optie van sprinklerinstallaties buiten hun kostenoverzicht van mogelijke brandveiligheidsmaatregelen. Reden van deze zelfcensuur? Niet alle geïnterviewden zien hier heil in. De redenen waaróm zij er geen heil in zien, lijkt echter vooral ingegeven door de kosten, niet zozeer door twijfel aan de effectiviteit. ‘De meningen over het nut van sprinklers zijn verdeeld, ook vanwege de hoge kosten’, meldt het rapport.

Brandmelders
Dan brandmelders. Het blijft iets onbegrijpelijks houden dat in gebouwen waarin duizenden, zelfs tienduizenden dieren zitten opgesloten géén brandmelders verplicht zijn – of dat veehouders niet standaard brandmelders laten installeren zonder zo’n verplichting. Veel verbeterd lijkt er niet te zijn sinds 2012, toen het Actieplan stalbranden in werking trad. ‘Er wordt bij nieuwbouw enige toename gezien in branddetectie in de technische ruimte,’ meldt het rapport. Niet bij bestaande bouw dus. En verder wordt: ‘Ook bij grootschalige bedrijven in de regel geen rook- of branddetectie […] toegepast.’ Dat wekt weinig vertrouwen. Als dit het resultaat is van vijf jaar Actieplan stalbranden, wat valt er dan te verwachten van de voortzetting van dit actieplan? Zeker, een van de problemen die wordt gesignaleerd is dat rookmelders in de stallen al na enkele weken door ammoniakuitstoot of stof onwerkbaar worden. Dat is echter geen excuus – het geeft wel te denken over het klimaat waarin al die dieren dag in dag uit moeten leven.

Samenvattend, er zijn drie niveaus of fases te onderscheiden waarop dient te worden ingegrepen om het aantal slachtoffers van stalbranden grootschalig in te perken, namelijk: 1. door de kans op het uitbreken van een brand te verkleinen; 2. door ervoor te zorgen dat áls er brand is uitgebroken, de kans dat die brand dodelijke gevolgen heeft zo klein mogelijk is en 3. door maatregelen te treffen om áls er een brand is met dodelijke gevolgen, het aantal slachtoffers te kunnen beperken – waarbij zij aangetekend dat 2 en 3 uiteraard direct in elkaars verlengde liggen. De Evaluatie Actieplan stalbranden – en de voorgestelde maatregelen van het Kabinet – zijn met name gericht op het voorkomen van stalbranden. Dat is uiterst belangrijk, maar niet voldoende. Vooral fase 2 komt er bij de onderzoekers bekaaid vanaf. Sprekend over stalbranden, stelde de voormalig staatssecretaris Martijn van Dam: ‘Elk dier dat op deze manier om het leven komt, is er een te veel.’ Maar als het nieuwe kabinet deze woorden serieus onderschrijft, zal er óók veel moeten verbeteren om ervoor te zorgen dat bij geval van brand, de kans op dodelijke slachtoffers spectaculair afneemt. De aangekondigde maatregelen in het Regeerakkoord, schieten daarvoor ernstig tekort.  

Dirk-Jan Verdonk is hoofd programma’s van World Animal Protection Nederland en o.a. auteur van het boek Dierenrechten

@Animals Today

Gerelateerde artikelen:

Reacties

  1. Een simpele, goedkope, werkende oplossing is het monteren van valwanden: http://www.facebook.com/valwanden. Getest bij de brandweer, het werkt en is goedkoop!

    • Het idee is goed, de uitwerking echter minder simpel, in stallen worden dieren in afdelingen gehouden, en in die afdelingen zitten dieren vaak in verschillende hokken, gescheiden door een centrale gang/gangen , als dit echt praktisch zou moeten werken moeten ook afdelingswanden vallen, en daar is de ruimte niet voor. Ook zit er vaak apparatuur aan de wanden( water/licht/klimaatcomputerapparatuur/voermachines)
      Om dit systeem echt werkbaar te krijgen zijn echt wel zware investeringen nodig.
      Maar het begin is er !!

Laat wat van je horen

*