Er vindt momenteel een opmerkelijke rechtszaak plaats in Noord-Sumatra, Indonesië. De plaatselijke dierentuin wordt aangeklaagd door natuurbeschermers, en daarbij gaat het niet om straf en boete, maar om compensatie, excuses en voorlichting. Door deze innovatieve juridische strategie hopen de eisers niet alleen de dierentuin te treffen, maar ook bewustzijn te bevorderen van de schade die illegale handel in wilde dieren veroorzaakt. Het proces laat zien dat natuurorganisaties via het civiele recht toegang hebben tot de rechter, ook als het strafrecht voor hen niet werkt.

illegale handel
Grab them by the wallet: schadeclaim tegen Sumatraanse dierentuin wegens illegale handel | Foto: Pixabay

Strafrecht of civiel recht

Volgens de eisers in Indonesië stelt de dierentuin illegaal bedreigde diersoorten ten toon, zoals de Sumatraanse orang-oetan en de Komodovaraan, waarmee ze bijdraagt aan illegale vangst en handel in wilde dieren. Deze handel is uiterst lucratief en daarmee ook moeilijk te bestrijden, mede omdat in een strafzaak de overheid in actie moet komen en dat is niet overal even betrouwbaar of effectief. Twee maatschappelijke organisaties in Sumatra kiezen daarom nu voor een andere juridische route, via het civiele recht waar burgers direct naar de rechter kunnen stappen. In plaats van straf, eisen Walhi Noord-Sumatra en het Instituut voor Rechtsbijstand in Medan compensatie voor de rehabilitatie van een in beslag te nemen orang-oetan plus een bijdrage in de kosten van habitatherstel voor in het wild levende orang-oetans.

De eis

Deze innovatieve juridische aanpak brengt een aantal voordelen met zich mee. Zo wordt de dierentuin aangesproken voor een bedrag van tegen de € 58.000 euro, waar anders een boete op gemiddeld € 2.800 zou komen. Bovendien worden van de dierentuin excuses geëist, en moeten ze bij toewijzing van de eis educatieve programma’s opzetten om de gemeenschap in te lichten en bewust te maken van de schade die illegale handel en vangst van wild en natuur veroorzaakt.

Belangrijke milieurechtszaken

Eigenlijk is het opmerkelijk dat deze aanpak niet vaker wordt toegepast door natuurbeschermers, in Indonesië en elders in de wereld. Want het is op zich niets nieuws. In wereldberoemde zaken als die tegen Exxon Valdez en Deepwater Horizon, werden de betrokken oliebedrijven ook al aangesproken en veroordeeld tot het opruimen van gelekte olie, slachtoffercompensatie en herstel van verloren habitat. Er zijn ook vergelijkingen te maken met recente uitspraken in klimaatzaken waar bedrijven worden veroordeeld tot het nemen van maatregelen om de gevolgen van de opwarming van de aarde tegen te gaan, zoals de recente Shell klimaatzaak in Nederland.

Historische klimaatzaak: Shell moet CO2-uitstoot drastisch verminderen

Nationale regelgeving

Al in 1992 riep de UN Rio Convention staten op om ‘nationale regelgeving te ontwikkelen op het gebied van aansprakelijkheid en compensatie voor slachtoffers van vervuiling en andere milieuschade’. Dit heeft geleid tot wetgeving in verschillende landen zoals Mexico, DRC Congo en Indonesië, maar dat is nauwelijks toegepast op wildlife criminaliteit. En dat maakt de zaak van de Sumatraanse dierentuin tot een voorbeeld en een inspiratie, waarmee gehoopt wordt op verandering in mentaliteit en beleid.

Grab them by the wallet

In een tijd waar een miljoen diersoorten op uitsterven staan, en georganiseerde burgers te maken hebben met corruptie, intimidatie en andere hinderlagen wanneer ze daartegen op komen, is het van groot belang om aandacht te hebben voor deze innovatieve aanpak in Indonesië. Het kan zomaar leiden tot nieuwe zaken, waar daders door burgers en organisaties succesvol kunnen worden aangepakt op een plek waar ze het liever niet hebben: in de portemonnee.

Bronnen:

©AnimalsToday.nl Laura Lancée