Het ree, wie kent ‘m niet. Tijdens een boswandeling ’s morgens vroeg of ’s avonds tegen de schemer komt deze kleine hertachtige uit de dekking en vertoont zich op de weilanden. Veel wandelaars denken dan dat zij een hert zien, maar in het grootste gedeelte van ons land betreft het meestal een ree. Het dier is ongeveer even groot als een herdershond en komt in bijna heel Europa voor. IJsland is één van de weinige Europese landen waar het ree ontbreekt. Ook in het hoge noorden ontbreekt hij.

ree
Reebok | Yves Adams, Vilda natuurfotografen

Reeën behoren tot de groep van hertachtigen. In Nederland leven edelherten, damherten en reeën. In Europa komen ook nog elanden en rendieren voor. Een gemeenschappelijk kenmerk binnen deze groep is dat mannetjes een gewei dragen, behalve het rendier, waarbij beide geslachten een gewei dragen. Een mannetjesree heet bok , het vrouwtje wordt geit genoemd en het jong een reekalf. In het grootste gedeelte van het jaar leven de dieren solitair, hoewel zij tijdens het voedsel zoeken elkaars gezelschap niet schuwen. In de winter leven zij in groepjes, een sprong, met soms wel tien dieren.

Uiterlijk
In de zomer hebben reeën een roodbruine vacht, die in de winter verkleurt naar grijsbruin. Een enkele keer komen ook witte of zwarte exemplaren voor. De achterkant van een ree is geelwit, de spiegel. Het vrouwtje heeft een soort “staartje”, onderaan de spiegel. Bij mannetjes ontbreekt dit. Als ook de bok geen gewei heeft, is hij aan dit onderscheid toch goed te herkennen. Het grootste gedeelte van het jaar zijn bokken echter te herkennen aan hun gewei. Het wordt maximaal 25 centimeter groot. In de winter groeit het gewei, waarna in het voorjaar de basthuid wordt geveegd. Tussen oktober en januari wordt het gewei afgeworpen, waarna de cyclus weer opnieuw begint. De afmetingen van een gemiddeld ree zijn: kop-romplengte: 95 centimeter tot 1.40 meter, schofhoogte: 60-90 centimeter en het gewicht is 15 tot 35 kilo.

Leefgebied
Reeën komen in bijna heel Europa voor, met uitzondering van Ierland, delen van Engeland, Portugal, Griekenland, Noord-Scandinavië en IJsland, van zeeniveau tot boven de boomgrens. In ons land kan men het dier bijna overal aantreffen. Het ree leeft in bosachtige streken met open plekken en afgewisseld met weilanden en akkers. Als er maar voldoende dekking is, om te rusten en zijn voedsel te herkauwen. Als hij wordt verontrust, stampt hij met zijn voorpoten. Als een ree het niet helemaal vertrouwt, kan hij overgaan tot schijnzekeren. Het dier gaat gewoon door met grazen en gooit direct zijn kop weer omhoog. Menig vijand laat zich door dit gedrag misleiden. Dan is de kans groot dat het ree ervandoor gaat, met grote sprongen. Zijn spiegel wordt dan extra groot en wit, zodat ook reeën in de nabijheid weten dat er gevaar dreigt. Reeën zijn gewoontedieren. Zij volgen vaste paden, wissels, door hun eigen territorium. Ze zijn herkauwers en eten voornamelijk grassen, knoppen en bladeren. Maar ook paddestoelen worden niet versmaad. Zowel bokken als geiten leven het grootste deel van het jaar in een eigen territorium. Het gebied van een mannetje overlapt meestal het territorium van meerdere geiten. Het territorium van een bok bedraagt 5 tot 30 hectare, afhankelijk van het voedsel dat binnen het gebied te vinden is.

Bronsttijd
De paartijd valt middenin de zomer, in juli en augustus. Door hun geslachtsdrift zijn de dieren een stuk minder schuw en kunnen zij ook overdag worden waargenomen. Eind december, na een verlengde draagtijd, komt het embryo tot ontwikkeling. Eind mei worden dan de kalfjes geboren, meestal eén of twee, maar ook drielingen komen wel voor. De kalfjes worden zo’n 6 tot 10 keer per dag gezoogd, de rest van de tijd liggen zij alleen. De dieren zijn geurloos, zodat zij niet snel door roofdieren worden ontdekt. Reeën kunnen een leeftijd van wel 20 jaar bereiken, hoewel zij meestal niet veel ouder worden dan 7 à 8 jaar.

Bedreiging
Het ree heeft veel natuurlijke vijanden. Wolven, lynxen, beren, arenden en wilde katten. In Nederland heeft het ree vooral te lijden onder het verkeer. De Dierenbescherming, LandschappenNL, Vereniging Het Reewild, Natuurmonumenten en de Zoogdiervereniging hebben vorige week de ‘Leidraad verminderen aanrijdingen reeën’ gepresenteerd, om het aantal aanrijdingen te helpen verminderen. Ook hebben ze te vrezen van jagers. Verder jagen niet-aangelijnde honden soms reeën op en kunnen de dieren doden. Daarnaast kunnen allerlei ziekten en afwijkingen een bedreiging vormen voor het ree.

Waarnemen van reën
Bijna overal in Nederland zijn reeën te zien. In de vroege ochtenuren of ’s avonds tegen de schemering komen reeën uit de dekking om voedsel te zoeken. Meestal kan men aan de sporen in het zand al zien of ergens reeën leven. Ga tegen de schemering langs de rand van een bos zitten en wacht rustig af. Trek wel minder opvallende kleding aan en denk aan de wind. Reeën kunnen goed ruiken, dus als de wind naar hen toewaait, is de kans groot dat u wordt ontdekt. Ook aan de locale bevolking kan worden gevraagd of zij wellicht een goede plek weten om reeën te zien. De kans op het zien van reeën is vrij groot. Aan het begin van de vorige eeuw leefden ongeveer 25.000 dieren in Nederland, maar hun aantal wordt nu geschat op zo’n 100.000 exemplaren.

Bron: De Zoogdiervereniging @PiepVandaag.nl Walter Eijndhoven