Erwin Vermeulen: Dolfijnenjacht Taiji in februari en een overzicht van seizoen 2016-17

In februari, normaal gesproken de laatste maand van het zes maanden durende dolfijnendrijfjachtseizoen in Taiji, voeren de twaalf schepen ‘slechts’ 15 dagen uit. De vier zaterdagen van de maand werden traditiegetrouw als rustdagen gebruikt in de tweede helft van het seizoen, terwijl op vijf dagen het weer de schepen aan de kant hield; één dag werd besteed aan onderhoud en één dag aan het verplaatsen van twaalf van de gevangen witgestreepte dolfijnen. Op de laatste twee dagen van het seizoen voeren de schepen niet meer uit en werden de ‘banger’-palen van een aantal van de schepen reeds verwijderd. Van de dagen dat de schepen op zoek gingen naar dolfijnen keerden ze zes maal met lege handen terug.

dolfijnenjacht Taiji

Het dolfijnenjachtseizoen in Taiji kostte vele dolfijnen het leven | Foto: Sea Shepherd Cove Guardians

Op de eerste dag van de maand werd een groep van 30 tot 35 gestreepte dolfijnen tot het laatste individu afgeslacht. Dit zouden de laatste slachtoffers van deze soort zijn dit seizoen. Meer dan 290 van hen werden vermoord uit een quotum – het grootste van alle soorten – van 450.

Eén dag later ondergingen 20 tot 25 grampers hetzelfde lot. Net als de afgelopen jaren was de gramper de enige soort waarvan het vooraf vastgestelde quotum – 251 individuen – werd benaderd. Het zojuist afgesloten seizoen begon daadwerkelijk op 9 september 2016 met het binnendrijven van 19 grampers waarvan er 15 werden geslacht, terwijl de vier jongeren uit de familie op zee werden gedumpt. De jagers waren laat dit jaar met het bereiken van de maximale grampernummers, wat in februari resulteerde in het meedogenloos vervolgen van zelfs de kleinste familiegroepen: op de achtste werden 10 tot 15 grampers de Cove ingedreven, op de twaalfde stierven 4 grampers, de dertiende 5, de viertiende 10 en 9 op de zestiende. Uiteindelijk werden dit seizoen ongeveer 235 grampers vermoord.

De jackpot viel deze maand op de negentiende met de enige vangst van het jaar van witgestreepte dolfijnen, uiterst gewild in dolfijnencircusshows, vooral in Japan en China. Het is duidelijk dat net als ieder jaar het quotum voor deze soort – 134 individuen – veel te hoog ligt. Zwarte zwaardwalvissen – een quotum van 70 – zijn zelfs al sinds 2011 niet meer gevonden.

Op de laatste jachtdag van dit seizoen, de zesentwintigste, werden 17 slanke dolfijnen geselecteerd voor slavernij uit een groep van meer dan 80 dieren; de 65 ‘ongewensten’ werden terug naar zee gejaagd.

In totaal werden ongeveer 570 dieren geslacht gedurende het 2016-2017 dolfijnendrijfjachtseizoen in Taiji, Japan: iets minder dan de ruim 650 van het jaar ervoor.

Meer nog dan andere jaren was er een duidelijke scheiding te zien in de handelswijze met betrekking tot de soorten bestemd voor de dolfijnencircusshows en de soorten voor de lokale vleesmarkt. 179 tuimelaars, 20 witgestreepte dolfijnen en 35 slanke dolfijnen werden dit jaar buitgemaakt voor de slavenhandel. Dit is ruim meer dan het aantal van 150 dolfijnen dat volgens berichten in de Japanse pers in augustus 2016 zou zijn vooruit besteld door diverse ‘aquaria’. Het is ook een groter aantal dan de 117 individuen die hetzelfde lot ondergingen in het seizoen ervoor (2015-2016). Het toont aan dat WAZA (World Association of Zoos and Aquariums), dat in 2015 onder grote druk haar leden verbood om in het wild gevangen dolfijnen in te kopen, slechts een beperkte invloed uitoefent over de dolfijnenentertainmentindustrie.

Van de drie ‘circussoorten’ stierven er weliswaar een aantal tijdens het selectieproces, maar geen enkel dier van deze soorten werd voor consumptie geslacht. In plaats daarvan werden meer dan 200 tuimelaars en meer dan 100 slanke dolfijnen weer terug naar zee gedreven. In seizoen 2015-2016 werden slechts rond de 110 dieren vrijgelaten. Dit geeft potentiële kopers met genoeg hypocrisie in hun donder de mogelijkheid zich te distantiëren van de slachtingen.

In tegenstelling daarmee werd geen enkele gestreepte dolfijn of gramper geselecteerd voor gevangenschap; alle gestreepte en, op 10 na, alle grampers werden afgeslacht. Die 10 gramperjongeren werden vroeg in het seizoen op zee gedumpt, waarschijnlijk omdat de ervaring van de voorafgaande jaren leerde dat het gramperquotum toch wel gevuld wordt met volwassen – lees: meer vleeskilo’s – dieren.

De overgebleven soort, de Indische griend, vormt de enige uitzondering: 1 dier werd voor gevangenschap geselecteerd en stierf hoogstwaarschijnlijk in zijn of haar havenkooi, 41 dieren werden geslacht en 32 naar buiten gedreven. Dit zijn grote dieren en meer vlees kan de beperkte lokale markt waarschijnlijk niet aan. Bovendien loopt het jachtseizoen, opportunistisch, voor grienden en zwarte zwaardwalvissen nog door tot mei.

Zelfs al lijkt er weinig progressie te zijn in Taiji zelf, de continue aandacht voor de slachting en vooral de hebzucht naar dolfijnslaven, heeft ertoe geleid dat dolfijnen in gevangenschap, zeker in het Westen, steeds minder acceptabel is geworden en er zijn ook tastbare resultaten: Finland sloot zijn enige aquarium in 2016, Barcelona en Baltimore kondigden aan een uitweg te zoeken. Deze maand zal als het goed is voor het laatst een orka in SeaWorld bevallen in gevangenschap en dolfijnenhandelaren op de Solomo- eilanden werden dit jaar aangepakt. In Canada rouleert nog steeds een wetsvoorstel om dolfijnen in gevangenschap te verbieden en Vancouver Aquarium’s board kondigde aan zich te willen distantiëren van walvisachtigen in gevangenschap.

Er is hoop, maar de druk moet blijven tot al die badkuipen leeg zijn!

Erwin Vermeulen is fotograaf, hoofd werktuigkundige bij Sea Shepherd en woont samen met zijn vriendin Susan, een dove kat, een éénogige kat, een kat met één nier, een gepensioneerde speurhond en twee dove en blinde honden. Hij schrijft ook regelmatig over de griendenslachting op de Faeröer Eilanden: lees zijn laatste verslag over Taiji hier.

©Animals Today

Gerelateerde artikelen: