Yvonne Kroonenberg: Klok-klok

Ben je dood als je sterft of leef je voort zolang de mensen over je praten? Dan leeft Coco nog een beetje. Hij was een roodstaartpapegaai en ik vertelde vanochtend aan een groepje mensen met wie ik aan het ontbijt zat over zijn specialiteit: alledaagse geluiden.

Alex

Alex ©Wikimedia Commons

Coco was van vrienden, die in Dar-es-Salaam wonen, in een villa, achter een hermetisch gesloten poort, want er is nogal wat criminaliteit in die wijk. In de rest van de stad trouwens ook, maar daar kunnen de bewoners zich geen poort met een portier veroorloven. Coco kon de autoclaxon van de auto van zijn eigenaar nadoen. Het gebeurde geregeld dat de portier ergens anders op het terrein aan het werk was en werd opgeschrikt door het geluid van de auto van de baas, die toeterend voor het hek stond. Dan snelde hij toe, deed de poort open om voor de zoveelste keer vast te stellen dat Coco had getoeterd, niet de werkgever. Het piepende geluid van het hek deed de papegaai trouwens ook goed na.

Mij heeft hij ooit een doodschrik aangedaan door vlak achter mij het geluid van een vent die zijn neus  ophaalt na te doen. Maar Coco is dood, opgegeten door een janet, een Afrikaanse wilde kat. Wilde dieren laten zich niet tegenhouden door een gesloten poort.

De mensen met wie ik aan tafel zat, waren even stil van het droevige lot van Coco. Maar toen kwamen de verhalen los over andere legendarische papegaaien.

Een vrouw vertelde over haar tante die ook een roodstaart had, van wie ze grote verwachtingen had. Hij heette Gino. Toen ze hem pas had, oefende ze iedere dag met hem en begroette hem met: ‘hallo-gino-pappelegaaiemansie!’

Dat was natuurlijk veel te moeilijk. Tegen een beginnende papegaai zeg je ‘hallo coco!’ of zoiets, geen hallo-gino-pappelegaaiemansie!’ Maar de tante hield vol, op een dag zou hij het leren. Maar het enige wat het beest op den duur stamelde was klok-klok. Dat zei hij wel, de hele dag, klok-klok. Tenslotte werd de tante kwaad en toen de papegaai van de fietsenmaker overleed, heeft ze de kooi met Gino en al aan hem cadeau gedaan. Binnen een week begon Gino te babbelen. Hij begroette de klanten en kon fietsbellen nadoen.

Tegenwoordig weten we dat het gekwebbel van papegaaien vermoedelijk voortkomt uit eenzaamheid. Papegaaien willen het liefst elkaar napraten, met elkaar converseren en niet met een hek of een auto of een mens.

Coco had geen andere roodstaartpapegaai om mee te praten, maar hij was ook niet eenzaam. Iedere dag kwamen talloze mussen en kauwtjes bij hem langs om van zijn pinda’s mee te snoepen. Hij vond het wel gezellig, denk ik. Maar af en toe werd het hem te onrustig. Dan joeg hij de visite weg en ging een dutje doen.

‘Je kunt een papegaai echt veel leren,’  zei een van de dames aan het ontbijt, terwijl ze nog een boterham smeerde, ‘ze zijn heel intelligent.’

Maar het is niet zo duidelijk wie de trainer is en wie de uitvoerder van de commando’s.

De beroemdste papegaai van de wereld was Alex. In talloze boeken over leerprincipes staat beschreven hoe goed hij sprak en hoeveel hij begreep van de wereld om hem heen.

Wanneer hij het warm had en besproeid wilde worden, riep hij: ‘Onder de douche!’ En dan ging de onderzoeker de plantenspuit halen. Zonder mankeren.

©PiepVandaag.nl Yvonne Kroonenberg

Gerelateerde artikelen:

Reacties

  1. Kian. Orin zegt:

    Alles en iedereen leeft voort na de dood, all het leven ook dat van dieren is voor eeuwig. wij zijn allemaal oneindig.