In berichten over illegale handel in exotische dieren wordt vaak gesproken over het CITES-verdrag. Het verdrag heeft tot doel te voorkomen dat plant- en diersoorten uitsterven, en legt daartoe regels op voor de internationale handel. Het gaat hierbij om ruim 40.000 (onder)soorten en populaties wereldwijd. Daartoe behoren niet alleen levende organismen, maar ook bijvoorbeeld eieren, wortels, hout, medicijnen of leer.

CITES
Afbeelding: AI gegenereerd

CITES is een Engelse afkorting van de Overeenkomst inzake de internationale handel in bedreigde in het wild levende dier- en plantensoorten. Het verdrag beoogt planten en dieren te beschermen door een systeem van in- en uitvoervergunningen. Het verdrag werd in 1973 gesloten, in juli 1975 trad het in werking en inmiddels zijn 184 landen, internationale organisaties én de EU partij. In annexen die bij het verdrag horen, wordt aan dieren en planten verschillende niveaus van bescherming toegekend.

CITES-verdrag: verschillende niveaus van bescherming

Zo is per soort bepaald hoe de bescherming eruit moet zien. De zwaarste categorie (bijlage I) zijn dieren en planten die met uitsterven bedreigd worden. Deze soorten mogen nooit uit het wild worden gehaald of internationaal verhandeld. Het gaat hier om bijvoorbeeld walvissen, neushoorns en tijgers. De tweede, en met 97 procent verreweg de grootste, categorie gaat om dieren en planten die zonder regulering van de handel met uitsterven bedreigd kunnen worden. Voor deze soorten geldt een vergunningplicht bij in- en uitvoer. Denk aan bepaalde slangen, krokodillen, witte haaien of koraal. De derde categorie staat in bijlage III, en daar gaat het om dieren en planten met een bijzondere betekenis voor een bepaald land, dat aan andere landen vraagt te helpen bij het monitoren en controleren van in- en uitvoer.

Een kijkje achter de schermen van illegale handel in Laos (video)

Categorie, annex, bijlagen en soortenlijst

Het CITES-verdrag geldt alleen bij internationale handel van deze soorten, en laat lokale bescherming dus onverlet. Partijen die het verdrag hebben ondertekend zijn dan weer wel verplicht om nationale wetten in te voeren die de bescherming moeten bewerkstelligen. In Nederland gaat het dan bijvoorbeeld om de Omgevingswet en de Wet grondslagen natuurbeheer voor zowel het Europese als het Caribisch deel van het Koninkrijk. De EU is daartoe als verdragspartij ook verplicht, en heeft de Basisverordening uitgevaardigd, waarbij dieren naar het niveau van bedreiging zijn onderverdeeld in Bijlagen. Bijlage A betreft de hoogste vorm van bescherming, en handel kan alleen als er een EU-certificaat is verleend. Bijlage D betreft alleen regels voor binnen de EU. Samen vormen alle bijlagen de zogenaamde soortenlijst. De meest recente soortenlijst is vastgesteld op 29 juni van dit jaar.

EU en Nederland passen CITES-verdrag toe

Nederland trad toe tot het CITES-verdrag in 1984. Als EU-lid vallen wij ook onder de Europese regels, en hebben we daar een bezitsverbod aan toegevoegd. Planten – en diersoorten op de lijst zijn dus in principe verboden, tenzij aan alle internationale en Europese eisen is voldaan. Dan wordt het bezitsverbod opgeheven. Certificaten en vergunningen worden in Nederland afgegeven door de Nederlandse CITES Management Autoriteit, onderdeel van RVO.

Illegale handel in cheeta’s populair op sociale media

Het belangrijkste in al deze regelingen is dat de herkomst van een bepaald dier onomstotelijk vast staat. Want daarmee staat vast of een dier illegaal is gefokt, is gestolen of geroofd. In 2019 deed de rechtbank Amsterdam een belangrijke uitspraak, namelijk dat houders van dieren op Bijlage II van het CITES-verdrag niet alleen moeten aantonen dat het dier legaal is verkregen, maar ook dat het volledig voldoet aan de definitie van “in gevangenschap gefokt” in de breedste zin van het woord. Houders moeten dus kunnen bewijzen wie de fokker is, wat de ouderdieren zijn en dat ook deze ouderdieren én hun voorouders legaal zijn verkregen. Het achterhalen en kunnen overleggen van deze gedetailleerde informatie is een administratieve last die veel houders niet kunnen opbrengen. En dat geldt niet alleen voor de houders. Ook voor de toezichthouders is het een enorme last om alle vereiste informatie en documentatie te controleren. Het gaat in Nederland alleen al om honderdduizenden dieren die in de te controleren categorie vallen. Het gaat om zoogdieren, reptielen, vissen en amfibieën.

Handhaving, handhaving, handhaving

Dat is onwenselijk want ook hier geldt weer dat handhaving cruciaal is in de naleving van het verdrag. Regelgeving kan nog zo prachtig in elkaar zitten, zonder handhaving zegt het natuurlijk niks over de bescherming die daadwerkelijk aan de dieren wordt geboden. Handelaren op zoek naar winst, zijn nu eenmaal heel erg goed in het omzeilen van regels, en onder de radar is van alles mogelijk waar het gaat om internationale handel, tussen landen met verschillende prioriteiten, interpretatie van de regels en de vele ambtenaren die het allemaal dagelijks voorbij zien komen.

Ruim 5800 illegale plant- en dierproducten anoniem ingeleverd

In conclusie kunnen we vaststellen dat er regels, zoals het CITES-verdrag, gelden tegen illegale handel in bedreigde dieren en planten, maar dat het, zoals zo vaak, hangt op handhaving en naleving. Want regels zijn mooi, maar uiteindelijk gaat het om de planten en dieren die ervan moeten profiteren. Juist bij complexe, grensoverschrijdende regels bestaat er een kans op impact en effectieve bestrijding van stroperij en illegale activiteiten. Maar de regels werken niet of zelfs averechts bij versnippering, overdaad en spanningen met nationale rechtstelsels. De mazen in de wet die dan ontstaan werken illegale handelaren juist in de hand. In het belang van onze dieren en planten, is het zaak de uitvoerbaarheid in de gaten te houden.

©House of Animals – Animal Crime Unit

Gerelateerde berichten