Decennialang gingen ecologen ervan uit dat plant- en diersoorten koudere plekken zouden opzoeken met de toenemende temperaturen. Nu blijken die verwachtingen lang niet voor elke soort op te gaan. Hoe kunnen toekomstige natuurbehoudplannen rekening houden met gedrag dat niet werd verwacht?

Het leek geen gekke aanname dat dieren en planten met stijgende temperaturen naar het koelere noorden zouden verplaatsen. Maar nu blijkt slechts de helft van alle migraties in de Verenigde Staten aan die verwachting te voldoen. Immers, dieren reageren niet alleen op temperaturen, maar ook op veranderd leefgebied, regenval en voedselbeschikbaarheid. Bovendien kunnen sommige soorten zich niet goed verplaatsen, bijvoorbeeld omdat ze geografisch gevangen zitten of in een heel gefragmenteerd natuurgebied leven. Dat de dieren zich niet gedragen zoals ecologen verwachtten, zorgt voor onzekerheid bij natuurbeschermers. Want wat is nu de beste manier om dieren te helpen?
Eekhoorns doen iets anders dan verwacht
In de regio van New England, in het noordoosten van Amerika, zijn de winters van oudsher streng. Bossen bevriezen, dieren leggen vetreserves aan om warm te blijven of trekken naar het zuiden op zoek naar warmere oorden. Maar de laatste decennia zijn de winters veel milder geworden, gemiddeld tussen de 2,2 en 2,7 graden Celsius warmer dan in de jaren 1970. Sneeuwtaferelen zijn zeldzaam geworden en er zijn minder dagen met extreme kou. Ecologen dachten dat de dieren zich zouden aanpassen aan de stijgende temperaturen door verder naar het noorden of hoger gelegen gebieden te trekken. Zo vermoedden ecologen dat de Amerikaanse rode eekhoorn de bergen in zou trekken op zoek naar kou.

Maar niets bleek minder waar, zo blijkt uit een studie die vorig jaar werd gepubliceerd. De eekhoorns zijn juist naar lager gelegen gebieden verhuisd. Het lijkt erop dat ze zijn aangetrokken door de terugkeer van het rode sparrenbos in het gebied. Nu concluderen ecologen dat voor de eekhoorn habitat belangrijker is dan temperatuur.
Andere route dan verwacht
En de rode eekhoorn is niet de enige soort. Duizenden planten en dieren waarvan wetenschappers dachten dat ze zouden migreren als reactie op de stijgende wereldtemperaturen, lijken nog niet op pad te zijn gegaan. In 2023 analyseerden wetenschappers de verspreidingspatronen van meer dan 12.000 diersoorten, zowel land- en zeedieren, om te zien of deze overeenkomen met wat ecologen hadden verwacht in een warmer klimaat. Minder dan de helft van de waargenomen gevallen van verspreidingsverschuivingen als gevolg van temperatuurstijgingen in de afgelopen decennia trokken naar grotere hoogtes of diepere zeegebieden. Sommige soorten bleven op dezelfde plek, terwijl andere zich verspreidden naar zuidelijkere gebieden of lagere hoogtes.

Ook dieren die afhankelijk zijn van bepaalde prooidieren zullen die soort eerder volgen, ook als dat richting het zuiden is. De Canadese lynx trekt in jaren met veel sneeuw naar het zuiden van New England, op jacht naar zijn favoriete prooi: de sneeuwhaas. Maar in jaren met minder sneeuwval in de regio blijft de lynx dichter bij zijn traditionele leefgebied in het noorden.
Regenval is moeilijk voorspelbaar
Sarah Weiskopf uit, ecoloog en medeauteur van de studie uit 2023:
“Er zijn algemene verwachtingen met betrekking tot de temperatuur, maar soorten kunnen ook de veranderende neerslagpatronen volgen. Die zijn veel moeilijker te voorspellen, dus is het moeilijker daar onderzoek naar te doen.”
Sommige ecologen vrezen dat dieren gevangen komen te zitten in een bepaald gebied, bijvoorbeeld door menselijke activiteiten. Tien jaar geleden bleek slechts 41 procent van het natuurlijke land in de Verenigde Staten voldoende verbonden te zijn met andere leefgebieden. Natuurbehoud zou zich hier moeten richten op het instellen van wildcorridors. Dat zijn routes die gebieden met elkaar verbinden, en die worden gebruikt voor migratie. Migratie geldt nog steeds als de beste kans voor overleven op de lange termijn voor veel soorten.
Vooruitkijken
Voor de toekomst is het wel zaak om te weten waar dieren naartoe migreren. Toni Lyn Morelli, Amerikaanse ecoloog:
“Als we weten waar ze naartoe trekken en vervolgens de mogelijke routes ernaartoe kunnen bepalen, kunnen we nadenken over wat hun daarbij in de weg staat. Het is belangrijk dan ook na te denken over de toekomstige situatie.”
Waar het wel goed gaat, is in Florida. In 2021 wees de staat een netwerk van 18 miljoen hectare aan natuurgebieden, privégrond en werkende ranches aan als de Florida Wildlife Corridor. Dit biedt een veilige doorgang voor de bedreigde Floridapanter om naar het noorden te trekken naarmate de temperaturen en de zeespiegel stijgen. Deze oplossing beschermt naar schatting 131 bedreigde diersoorten.
Bron:
- Mongabay
- Lees ook op Animals Today:
Mens-dierconflicten: eeuwenoude migratieroutes worden doorbroken
©AnimalsToday.nl Sophie Jongma
Gerelateerde berichten
Strijd mee tegen dierenleed!
Dieren reageren anders dan verwacht op hogere temperaturen




