Den Haag, 3 augustus 2016 – De Partij voor de Dieren is blij met de historische uitspraak van de rechtbank dat de provincie Zeeland ten onrechte bij herhaling een ontheffing heeft verleend voor de damhertenjacht. Marianne Thieme wil dat het kabinet voorkomt dat er vaker onterecht overgegaan wordt tot afschot van beschermde diersoorten en heeft hierover Kamervragen aan staatssecretaris Van Dam gesteld.

damhertenjacht
© Menno Herstel

Volgens de rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft de populatie damherten in de provincie Zeeland geen negatief effect op de natuur en het welzijn van de dieren. Er is geen reden om het aantal dieren drastisch in te perken, zoals de provincie Zeeland van plan was. De rechter heeft daarom een streep door dit plan van de provincie gezet. Deze historische uitspraak kan grote gevolgen hebben voor alle beschermde dieren in Nederland, zoals herten, reeën, zwijnen en zwanen. Deze dieren worden ondanks hun beschermde status in werkelijkheid zwaar bejaagd. Zo wordt 80% van alle zwijnen, 50% van alle herten en 30% van alle knobbelzwanen jaarlijks afgeschoten.

Marianne Thieme (fractievoorzitter Partij voor de Dieren) is blij met deze uitspraak en wil nu van het kabinet weten hoe voorkomen gaat worden dat er opnieuw onterecht afschotvergunningen worden verleend. Thieme heeft hierover Kamervragen aan staatssecretaris Van Dam (Economische Zaken) gesteld. Thieme:

“De Nederlandse wetgever heeft met nadruk bepaald dat dieren die behoren tot een inheemse beschermde diersoort niet mogen worden gedood, verwond, gevangen, bemachtigd of opzettelijk verontrust. Daarvan kan alleen ontheffing worden verleend in het belang van volksgezondheid, openbare veiligheid, belangrijke schade aan gewassen, flora of fauna of andere bij Algemene Maatregel van Bestuur aan te wijzen belangen. In heel veel gevallen is aan die wettelijke eis niet voldaan, zoals nu ook in tweede instantie door de Zeeuwse rechter is vastgesteld.”

Persbericht Partij voor de Dieren