Meer dan 53.000 mensen deden afgelopen weekend mee met de nationale Tuinvogeltelling, georganiseerd door de Vogelbescherming. In meer dan 35.000 tuinen werden 775.584 vogels geteld. Net als in voorgaande jaren staat de huismus op nummer één, op de tiende plaats eindigde de spreeuw, een soort die landelijk helaas sterk achteruit gaat.

Mus
Huismus | Foto: Wikimedia Commons

De huismus is opnieuw het meest geteld. Reden dat deze soort het meest wordt gezien is het feit dat dit vogeltje in grote groepen leeft. Dankzij de tellingen is goed te zien dat de huismus in de grote steden sterk is afgenomen. In Amsterdam en Rotterdam eindigde de soort als tweede en in Den Haag zelfs als twaalfde. Verder in de top tien: koolmees en merel (2e respectievelijk 3e plaats).

Helaas wordt de spreeuw ieder jaar minder gezien in de Nederlandse tuinen. Uit nader onderzoek blijkt dat de spreeuw de afgelopen 30 jaar zelfs met 60% is afgenomen.

Wat wel heel erg opvalt is een recordaantal getelde tjiftjaffen. Door de zachte winter blijven veel vogels in Nederland hangen. Bij kouder weer zakken zij verder af naar het zuiden van Europa. Tijdens de telling zijn ook bijzondere soorten gezien, zoals een Siberische braamsluiper, langstaartroodmus en Oosterse tortel.

Ook leuk: in 1 op de 7 tuinen werd een grote bonte specht waargenomen en, dankzij het zachte weer, veel roodborsten, wintererkoningen en ijsvogels. in Amsterdam en Den Haag eindigden de stadsduif en de halsbandparkiet in de top tien.

Top tien tuinvogels:
1. Huismus: 177.187
2. Koolmees: 112.902
3. Merel: 87.277
4. Pimpelmees: 74.095
5. Vink: 74.052
6. Kauw: 56.047
7. Turkse tortel: 49.267
8. Houtduif: 41.212
9. Roodborst: 35.938
10. Spreeuw: 34.882

De actuele stand van zaken is te vinden op www.tuinvogeltelling.nl. Hier kunt uu ook de top 10 per provincie bekijken.

Bron: SOVON