De strandingen van zeezoogdieren houden de gemoederen flink bezig aan de Belgische en Nederlandse kust. Is er sprake van een verontrustende toename of een toevallige samenloop van omstandigheden?

De West-Europese stranden vormen de laatste tijd vaker het decor voor tragische strandingen. Terwijl Duitsland toekijkt hoe het afloopt met bultrug Timmy, meldt SOS Dolfijn aan de NOS dat er in Nederland al tien verschillende soorten zeezoogdieren zijn aangespoeld in slechts vier maanden tijd – waaronder een potvis.
Ook bij onze zuiderburen is de trend zichtbaar. Na de dwergvinvissen in Heist en Oostende (2024), was de stranding van een orka in De Panne in 2023 wereldnieuws; het was het eerste exemplaar in België sinds de 19e eeuw. Dit zijn dieren van een heel ander kaliber dan de gewone bruinvis, die hier vaker aanspoelt. Stranden er meer walvissen dan vroeger?
Wetenschappelijk bewijs ontbreekt
“We krijgen de vraag vaak, en we zitten er zelf ook wel mee”, antwoordt marien bioloog Kelle Moreau (KBIN).
“We hebben zeker het gevoel dat er iets van waar is, vooral dan in Nederland dit jaar.”
Toch is wetenschappelijke bewijslast lastig. Ondanks de grote media-aandacht blijven strandingen van grote soorten relatief zeldzaam. Moreau legt uit:
“Je kan daar geen onderbouwde conclusies uit trekken. Je hebt veel grotere aantallen nodig om uit te sluiten dat er meer aan de hand is dan een opeenstapeling van toevalligheden.”
Opvallend genoeg worden er ook steeds meer levende walvissen gespot. Dat heeft deels te maken met moderne technologie. “Wie zich op zee begeeft, heeft tegenwoordig veel beter fotografisch materiaal op zak, al is het maar een smartphone. Daardoor kunnen we meldingen beter verifiëren”, aldus Moreau. Zo werd vorig jaar voor het eerst een gewone vinvis gefotografeerd nabij een Belgisch windpark.
Onderzoek naar strandingen
Het KBIN onderzoekt mogelijke oorzaken van een toename van het aantal strandingen, waarbij je niet zomaar één schuldige aan kan wijzen. Er zijn tientallen grote walvissoorten, en die krijgen af te rekenen met verschillende problemen.
Moreau herinnert zich een incident met spitssnuitdolfijnen:
“Dat viel toen samen met militaire activiteiten in het noorden van de Noordzee. De sonar die schepen gebruiken, is een van de ernstigste vormen van onderwaterlawaai. Walvissen slaan dan massaal op de vlucht en zwemmen de zuidelijke Noordzee in. Die werkt als een fuik; ze komen er in de problemen in het ondiepe water.”
Over windparken is de bioloog genuanceerder. Hoewel de bouwfase bruinvissen tijdelijk verjaagt, lijken ze er later juist van te profiteren omdat er niet gevist wordt.
“Wij noemen dat de ‘noisy restaurant’-hypothese. Als ik jou een bon zou geven om elke dag gratis te gaan eten in een lawaaierig restaurant, dan zou je dat af en toe wel doen, zelfs al is het er wat moeilijker praten.”
Is natuurlijk herstel de oorzaak?
Misschien zijn de strandingen geen teken van een nieuw probleem, maar juist van een herstellende populatie. Na decennia van jacht maken soorten zoals de bultrug een indrukwekkende comeback. In de jaren 60 waren er wereldwijd nog maar 5.000 bultruggen over; inmiddels is de soort bijna volledig hersteld.
Moreau concludeert:
“Als er meer walvissen zijn, dan zullen er ook wel meer eens in de problemen komen. Dat speelt vast ook mee.”
Bron:
- VRT
- Lees ook op Animals Today:
©AnimalsToday.nl Kasper Wienk




