De grootte van hun hersenen draagt er zeer waarschijnlijk aan bij dat walvisachtigen complexe, sociale banden vormen, zoals dit bij mensen het geval is. Onderzoek hiernaar werd onlangs gepubliceerd in het wetenschappelijke vakblad Nature Ecology and Evolution.

sociale banden
Walvissen werken samen in groepen | Foto: publiek domein

We weten al langer dat veel walvisachtigen in hechte groepen leven en een groot deel van hun dag besteden aan spelen met elkaar. Tuimelaars gebruiken simpele gereedschappen en geven sponzen cadeau, orka’s noemen elkaar bij naam en potvissen gebruiken dialecten. Ook bultruggen communiceren veel met elkaar en verliefde dolfijnen geven elkaar cadeautjes.

Onderzoek bij dolfijnensoorten
Uit nieuw onderzoek blijkt dat hoe groter het brein van de dieren, des te meer complex (en vergelijkbaar met dat van mensen) hun levens waarschijnlijk zijn. De wetenschappers baseren dit op de verscheidenheid aan gedrag dat werd waargenomen bij 90 verschillende dolfijnsoorten. Ze verzamelden verslagen over dolfijnen die met bultruggen spelen, die vissers helpen met hun vangst en zelfs karakteristieke fluittonen gebruiken voor dolfijnen die afwezig zijn, wat suggereert dat ze mogelijk zelfs roddelen. Ander vergelijkbaar gedrag is het helpen opvoeden van jongen die geen familie zijn.

sociale banden
Sociale banden tussen dolfijnen zijn duidelijk waarneembaar | Foto: Serguei S. Dukachev/Wikimedia

Grootte van het brein
Deze bevindingen hangen samen met de sociaal-breinhypothese, waarin men ervan uitgaat dat onze mate van intelligentie wellicht ontwikkeld is door de omgang binnen grote en complexe, sociale groepen en dat dit mogelijk ook geldt voor walvissen en dolfijnen. De onderzoekers beschrijven in hun artikel in Nature Ecology and Evolution dat complexe sociale en culturele kenmerken, zoals samen jagen, het ontwikkelen van dialecten en leren door te observeren, gekoppeld zijn aan de grootte van het brein van de dieren. Dit proces staat ook wel bekend als de encefalisatiequotiënt, de verhouding tussen hersen- en lichaamsvolume.

Foto: publiek domein

Vermenselijken
Bioloog Luke Rendell, die niet meewerkte aan het verslag, heeft onderzoek gedaan naar potvissen en hun specifieke dialecten. Toch waarschuwt hij voor antropomorfisme (het vermenselijken van dieren – red.) en het vergelijken van dieren met mensen:

“Het risico bestaat dat de indruk wordt gewekt dat er maar een treinspoor is en dat mensen het eindstation hebben bereikt, terwijl andere dieren ernaar op weg zijn. In werkelijkheid reageert elke diersoort anders op zijn eigen selectiedruk.”

Wetenschapper Michael Muthukrishna is het daar deels mee eens:

“Er schuilt zeker een gevaar in om andere diersoorten met mensen te vergelijken, zeker met de data die nu beschikbaar zijn. Maar wat we met zekerheid kunnen stellen, is dat de sociaal-breinhypothese die we getest hebben aanwezig is in primaten en walvisachtigen.”

Bron: The Guardian ©AnimalsToday.nl Angelique Lagarde