Zodra de temperatuur oploopt zijn de mieren weer zichtbaar in de tuin. Na hun overwintering onder de grond verschijnen ze weer op zoek naar voedsel, in hun typerende haast ononderbroken lijnen. Hardwerkende mieren met een missie: ze weten precies waar ze heen moeten en wat er van ze verwacht wordt. Het is een perfect georganiseerd leven dat zich grotendeels aan de mens onttrekt, tot het moment dat het onze leefruimte kruist. Opeens krijgt het een naam: overlast of zelfs plaag. En waar overlast is, heeft de mens al snel de oplossing, of beter gezegd: de bestrijding.

Ruimte voor de mieren
Onzichtbaar tot ze onze leefruimte doorkruisen | Foto: publiek domein

Het is een terugkerende reflex. Dieren als insecten die te dichtbij komen, vallen pas echt op wanneer ze niet langer passen binnen het beeld dat de mens van zijn omgeving heeft gevormd. Spinnen, wespen, muizen en dus ook mieren, blijven grotendeels onopgemerkt, zolang ze onzichtbaar hun rol vervullen. Maar ze zijn onmiddellijk ‘problematisch’ op plekken die de mens als de zijne beschouwt. Die manier van kijken is niet nieuw, maar lijkt wel steeds dominanter te zijn. De aandacht verschuift al snel naar de vraag wat een dier voor óns betekent. Heeft het dier nut, ruimt het iets op, draagt het bij aan een ‘gezonde’ tuin of zit het vooral in de weg?

Voorwaardelijke waardering

Mieren passen nog net binnen dat eerste kader. Mieren zijn nuttig zolang ze de bodem beluchten, zaden verspreiden en organisch materiaal afbreken. Maar die waardering blijkt voorwaardelijk en van korte duur. Want op het moment dat dezelfde mier een te groot nest onder de tegels maakt, of een spoor richting de keuken trekt, kantelt die beoordeling snel en maakt het denken in functies plaats voor de behoefte aan controle.

Ruimte voor de mieren
Ingang van mierennest | Foto: publiek domein

Tegeltuinen en mieren

Daarbij wordt zelden stilgestaan bij de omgeving waarin dat gedrag plaatsvindt. De hedendaagse tuin is steeds vaker geen ecosysteem meer, maar een ontworpen, versteende ruimte waarin tegels de boventoon voeren en de bodem vrijwel is afgesloten van het leven daaronder. Voor talloze soorten betekent dat verlies van leefgebied, verschraling van voedselbronnen en een voortdurende noodzaak tot aanpassing. In dat licht is het misschien minder vreemd dat mieren hun weg verleggen en soms in de keuken opduiken, waar nog wél voedsel te vinden is. Wat als overlast wordt ervaren, is vaak niet meer dan aangepast gedrag binnen een omgeving waarin de ruimte steeds verder wordt ingeperkt.

Ruimte voor de mieren
Mieren hebben steeds minder natuurlijke leefgebieden | Foto: publiek domein

Dat mieren zich onder zulke omstandigheden weten te handhaven, zegt eigenlijk minder over hun ‘overlast’ en meer over hun veerkracht. En tegelijkertijd iets over hoe ver de menselijke leefomgeving inmiddels is af komen te staan van de natuurlijke ecosystemen waar zij onlosmakelijk deel van uitmaakt. Door insecten en andere dieren vervolgens te bestrijden zodra ze zichtbaar worden, raakt dat systeem nog verder uit balans. Wat verdwijnt, is zelden één soort, maar een schakel in een groter geheel, met gevolgen die niet altijd direct zichtbaar zijn, maar zich wel opstapelen.
.

Mieren door klimaatverandering verdreven uit leefgebied VS

Leven met elkaar

Het probleem ligt niet bij de mier, maar bij de manier waarop de mens zijn leefomgeving heeft ingericht. In de betegelde en versteende tuinen is weinig ruimte over voor bodemleven en voedsel. Elke mier die zichtbaar wordt gaat men te lijf met met kokend water of gif. De oplossing ligt niet in die reflex, maar in het herstellen van een leefomgeving. Een gebied waarin mieren hun rol in het ecosysteem kunnen vervullen en mens en dier naast elkaar kunnen leven.

Bronnen:

Mierensmokkel: duizenden koninginnen in reageerbuisjes

©AnimalsToday.nl Mariska van Geelen

Gerelateerde berichten