In de jaren tachtig en negentig van de vorige eeuw zijn er grote grazers uitgezet in de Oostvaardersplassen (OVP), het natuurgebied tussen Almere en Lelystad wat in 1968 werd drooggelegd. Het betrof hier 32 heckrunderen, 20 konikpaarden en 57 edelherten. Deze dieren hebben zich daar flink vermenigvuldigd, waardoor er inmiddels duizenden van zijn. Elke strenge winter leidt dit tot een massale sterfte onder deze grote grazers, omdat er te weinig voedsel voor de grote aantallen dieren aanwezig is en te weinig beschutting door het door henzelf kaalgevreten land. Ook dit jaar slaan organisaties weer alarm voor de naderende winter. Zo zegt Vereniging Het Edelhert dat als er nu niet wordt ingegrepen door massaal afschot een groot deel van de 10.000 edelherten een miserabel einde zullen vinden deze winter. En zo keert het vraagstuk rond de grote grazers elk jaar weer terug. 

Natuurgebied Oostvaardersplassen - konikpaarden - grote grazers
Natuurgebied Oostvaardersplassen – konikpaarden | Foto: Wikimedia Commons

Egalitarisme en abolitionisme 

Ik kijk naar dit probleem vanuit mijn eigen specifieke morele positie ten opzichte van dieren. Ik heb filosofie gestudeerd, waarbinnen ik mij heb gespecialiseerd in de dierethiek. Voor mij heeft elk dier wat bewustzijn een intrinsieke waarde. Met bewustzijn bedoel ik hier geen complex cognitief vermogen, maar een basaal vermogen om positieve en negatieve ervaringen te beleven. Vanuit de wetenschappelijke studie van dieren mogen we aannemen dat tenminste alle gewervelde dieren bewustzijn hebben en positieve en negatieve gevoelens en emoties kunnen ervaren. Daarnaast hang ik de deontologische stroming in de ethiek aan, die zegt dat een wezen met intrinsieke waarde niet zo maar als een middel voor een doel mag worden gebruikt, in tegenstelling tot bijvoorbeeld de utilistische ethiek. Respect voor wezens met intrinsieke waarde betekent voor mij ook dat er sprake is van gelijkwaardigheid tussen deze wezens. Net als er sprake is van gelijkwaardigheid tussen alle mensen in het egalitarisme in de humane ethiek, sta ik een dierethiek voor waarin we als menselijke dieren alle dieren gelijkwaardig behandelen. Dat heeft verstrekkende implicaties voor de manier waarop we als mensen met andere dieren omgaan. Ik ben een voorstander van het abolitionisme, wat een afschaffing inhoudt van alle menselijke praktijken die tegen de intrinsieke waarde van dieren ingaan. Zo ben ik tegen dierproeven, het dragen van bont en leer en ben ik al tientallen jaren veganist.

Introductie door mensen van grazers 

Als je vanuit een abolitionistische dierethiek naar het vraagstuk van de grote grazers in de OVP kijkt, dan vallen een aantal zaken op. Allereerst natuurlijk het begin, toen de eerste grazers werden geïntroduceerd in het gebied. Hoe vond deze introductie plaats? Betrof het hier dieren die in nood waren en nergens anders konden worden opgevangen? Of werden de grazers speciaal gefokt en vervoerd vanuit andere landen naar de OVP en daar uitgezet? Het laatste is het geval geweest en daar heb ik al meteen morele problemen mee. Het getuigt niet van respect voor de intrinsieke waarde van de grazers als wij als mensen gaan bepalen wanneer en hoe ze reproduceren en wij voor hen besluiten dat ze vervoerd moeten worden over lange afstanden naar een bepaald gebied toe. De situatie zou heel anders zijn geweest als de OVP een open, toegankelijk gebied zou zijn geweest, waar deze grazers uit eigen beweging naar toe zouden zijn gekomen, omdat het daar goed toeven is. Maar aangezien het hier ons dichtbevolkte Nederland betreft, met gebrekkige verbindingen tussen natuurgebieden, zouden grazers nooit op het idee zijn gekomen om de OVP als vestigingsgebied te kiezen. Het blijkt namelijk alleen in de zomer een goede verblijfplaats voor hen te zijn en ’s winters is het vaak juist een totaal ongeschikt gebied, vanwege het gebrek aan voedsel en beschutting. De grazers zouden er snel uit weg zijn gerend bij het aanbreken van strenge winters.

Grazers verslepen om een stuk oer-Nederland te scheppen 

En daarmee komen we op het cruciale punt van de hele discussie rond de grazers in de OVP. Want waarom werden deze grazers eigenlijk geïntroduceerd in een omsloten gebied? De bioloog Frans Vera wilde met de OVP een landschap creëren dat sterk zou moeten lijken op het oerlandschap van Nederland. Ons land zou toen een halfopen landschap hebben gehad, waar veel vogels een plek konden vinden en waar oerrunderen en oerpaarden rondliepen. Naast het maken van een stuk oer-Nederland, werd de grazers ook een sleutelrol in het ecosysteem van de OVP toebedacht. De grazers zouden door het eten van planten en jonge bomen voorkomen dat het gebied dicht zou groeien en zich tot een bos zou ontwikkelen, waardoor het niet meer geschikt zou worden als leefgebied voor de vele watervogels. Er bestond hiervoor een alternatief waar helemaal geen grazers aan te pas zouden komen, namelijk het plaggen door mensen en hun machines van de grond, zodat op die manier het gebied open zou blijven. Maar dat vond men niet passen in het idee van een natuurlijk en zelfregulerend ecosysteem. Men wilde een gebied waarin de mens zo min mogelijk ingreep en de grazers maakten het mogelijk om een natuurgebied te creëren waar uiteindelijk de natuur zelf z’n vrije loop kon hebben. Op zich misschien geen verkeerd idee, tenminste, wanneer ze hier grazers hadden uitgezet die in nood zaten en nergens anders een leefgebied hadden. Want alleen dan respecteer je de intrinsieke waarde van de grazers zelf: je vervoert hen en zet hen uit in een nieuw gebied om ze uit een benarde situatie te helpen en ze een beter leven te geven. Speciaal fokken en dan verslepen van grazers alleen omdat er ook grazers in ons oer-Nederland zouden hebben rondgelopen, is echter niet ten dienste van hun intrinsieke waarde, maar bevredigt alleen een behoefte van mensen om ineens een stukje oerland te scheppen. De grazers hadden hierin geen stem en werden zonder keus versleept naar de OVP.

Natuur met een hek eromheen 

Met de introductie van de grazers in de OVP, en naarmate de populaties grazers groter werden, liep men vervolgens tegen het probleem aan dat het hele gebied was afgerasterd. Men wilde in een enorm verstedelijkt land opeens een natuurgebied maken, dus moesten er grote hekken omheen worden gezet ter voorkoming van verkeersongelukken en schade aan de landbouw door de grazers. Oorspronkelijk had men wel verbindingen en corridors gepland met andere natuurgebieden, zodat de grazers in slechtere tijden vanuit de OVP weg konden trekken naar gebieden waar meer voedsel en beschutting te vinden was. Maar nog voordat deze verbindingen waren gerealiseerd zette men de grazers al uit, die zich gingen vermenigvuldigen tot grote aantallen, waarna er in strenge winters jaar na jaar massale sterfte ontstond onder de grazers. Tot op de dag van vandaag zijn die ecologische verbindingen nog niet gerealiseerd, met als gevolg de trieste taferelen van duizenden grazers die een ellendig einde vinden in de kou en kaalheid van de winterse OVP.

Herhaald is er als tegenargument gegeven dat er overal in de natuur “natuurlijke hekken” bestaan. Zo zegt Staatsbosbeheer dat bij veel gebieden een rivier, de zee, een kloof, of een onneembare bergrug een natuurlijke grens vormt. Dat is inderdaad waar, maar het betreft hier grenzen waar wij als mens niets aan kunnen veranderen. De situatie in de OVP is een ander verhaal, want dat hebben wijzelf als mensen gecreëerd, inclusief de afrastering die we er omheen hebben gezet. Hadden we vantevoren geweten dat de grenzen van de OVP elke strenge winter tot massale sterfte onder de grazers zou leiden, dan hadden we de grazers nooit moeten hebben uitgezet.

Maar de fantastische natuur en de bijzondere vogels dan? 

Vaak wordt door Staatsbosbeheer en vanuit ecologische hoek expliciet gepleit voor het voortbestaan van de grazers in de OVP. Zonder deze dieren zou, zoals al gezegd, het gebied dichtgroeien en niet meer geschikt zijn voor bijzondere vogels als bijvoorbeeld de zeearend. Veel natuur- en vogelliefhebbers bezoeken de OVP en zijn verrukt bij het aanschouwen van zoveel watervogels die in een groot natuurgebied leven. Maar als dat het voornaamste argument voor het bestaan van de huidige OVP zou zijn, dan betekent dat dat je een groot aantal dieren (de duizenden grazers die in elke strenge winter sterven) opoffert zodat andere dieren (de vogels) een geschikt leefgebied hebben. Het ene dier laten sterven zodat de ander kan leven. Opnieuw iets wat niet getuigt van respect voor de intrinsieke waarde van de individuele grote grazers. Vaak zie je bij natuurbeheerders en ecologen dan ook een heel andere ethiek. Het behoud van natuur en bepaalde diersoorten wordt als moreel belangrijker gezien dan het lot en welzijn van individuele dieren. Geregeld wordt een dergelijke ethiek gerechtvaardigd met verwijzingen naar hoe de natuur nu eenmaal zijn werking heeft: individuele dieren leggen in de natuur toch ook vaak het loodje, sterfte en dood zijn een integraal onderdeel van de natuur en grote sterfte in winters is een hele normale zaak (ook in het Serengeti Nationaal Park in Kenia zou elk jaar zo’n 30% van de dieren sterven). Maar zoals in de ethiek al eeuwen wordt gezegd: hoe de natuur in elkaar zit betekent nog niet dat dat ons eigen morele handelen dicteert. Wij als mensen kunnen een ethiek opstellen die waarden uitdrukt die we niet direct terugzien in de onbarmhartigheid van het natuurlijke bestaan. Met betrekking tot mensen vinden we dit inmiddels heel normaal. Als er bijvoorbeeld overstromingen plaatsvinden proberen we duizenden mensen van verdrinking te redden in plaats van hun te laten sterven vanuit een ecologisch idee dat minder mensen op de aardbol altijd goed is voor de hele natuur. Dat er echter ten op zichte van de grote grazers in de OVP anders wordt geredeneerd, laat zien dat we hier zitten met een antropocentrische ethiek, die de mens als moreel belangrijker wezen ziet dan alle andere dieren. En dat is nu net waar een egalitaristische, abolitionistische dierethiek tegen wil ageren.

Wat nu? Afschot? 

Het natuurexperiment in de OVP leidt er toe dat we als maatschappij elke strenge winter worden geconfronteerd met massale sterfte onder de grote grazers. Na grote verontwaardiging daarover onder de Nederlandse bevolking en in de politiek zijn er meerdere commissies ingesteld die zich bogen over deze problematiek. Als oplossing werd afschot van grazers voorgesteld. Eerst was het de bedoeling dat tijdens de winter te doen, maar vanwege de ellendige toestanden waarin zwakke en zieke dieren dan al verkeerden vond men dat al gauw te dieronvriendelijk. Diervriendelijker werd het gevonden om de zwakke individuen die de winter waarschijnlijk toch niet zouden kunnen overleven al voorafgaand aan de winter af te schieten. Hoe wordt er vanuit een abolitionistische dierethiek naar afschot gekeken? Als een dier ziek is en een grote lijdensweg in het vooruitzicht heeft als het blijft leven, dan kan euthanasie een uitweg zijn uit uitzichtloos lijden. Zo zien we dat voor mensen die lijden en voor de andere dieren waar we soms mee samenleven. Het euthanaseren van elk lijdend dier in het wild zou echter inhouden dat we als mensen de natuur volledig zouden gaan bepalen en beheersen. Ook binnen een abolitionistische dierethiek moet worden geaccepteerd dat niet al het lijden in het wild kan worden voorkomen. Zo jagen roofdieren op prooidieren omdat ze nu eenmaal zo in elkaar zitten. Net als we niet elk roofdier zouden moeten tegenhouden om hun prooi te vangen, moeten we ook accepteren dat we niet voor elk wild dier een nare dood kunnen voorkomen. Maar in hoeverre is er in de OVP eigenlijk wel sprake van wilde dieren? Volgens de Flora- en faunawet wel, want de dieren leven in een gebied groter dan 5.000 hectare, waardoor ze automatisch als wild worden bestempeld. Dat komt wat mij betreft echter neer op het zich verschuilen achter een administratieve, willekeurige aanduiding van de grazers als wild. Juist het feit dat dat de dieren geen kant op kunnen in de winter door het hek wat wij daar neer hebben gezet geeft aan dat we hier niet te maken hebben met wild of vrije natuur. Belangrijker nog dan de vraag of de grazers als wilde of door mensen gehouden dieren moeten worden gezien zijn echter de vragen waarom afschot nodig is en wat men met het afschieten van de zwakke grazers zou bereiken. Afschot van grazers vindt nu alleen maar plaats omdat de OVP een afgesloten natuurgebied is. Zouden er natuurcorridors bestaan naar andere natuurgebieden, dan zou afschot helemaal niet nodig zijn, want de grazers zouden dan in de winter naar meer voedselrijke en beschutte gebieden kunnen trekken. Afschot vindt nu dus enkel plaats omdat we als mensen hebben besloten oerlandschapje te spelen in een afgesloten gebied middenin een dichtbevolkt land. En wat bereik je met het afschieten van de minder fitte grazers? In feite natuurlijk de instandhouding van het probleem. Elke zomer worden er weer nieuwe grazers geboren waarvan de aantallen te groot zijn om in leven te houden met het karige voedsel in de winter. Dus blijf je elk jaar grote aantallen doodschieten, jaar in jaar uit. Zo worden alsnog veel individuen elk jaar opgeofferd voor het bestaan van de OVP in zijn huidige vorm.

Creatieve oplossingen voor de individuele dieren 

Vanuit een egalitaristische, abolitionistische dierethiek betekent het experiment met de OVP dat er vanaf het begin tot en met vandaag geen rekening is gehouden met de intrinsieke waarde van de individuele grazers. Het maken van een zelfregulerend natuurgebied, het scheppen van een stukje oer-Nederland, de aanwezigheid van bijzondere vogelpopulaties, het zijn allemaal geen argumenten die rechtvaardigen dat veel grote grazers aan het kortste eind trekken en de dood vinden door afschot, hongersnood en kou. Maar wat moet er dan gebeuren met de duizenden grazers die daar nu leven? We moeten antwoorden bedenken die getuigen van creativiteit en van respect voor de grazers. De makkelijkste oplossing is om eindelijk die verbindingen te realiseren met andere natuurgebieden. Kostbaar waarschijnlijk, maar geld moet nooit een reden zijn om dieren te laten verpieteren. Een andere oplossing is het oorspronkelijke idee van de OVP overboord te gooien en af te stappen van een natuurgebied wat per se op een oer-Nederland moet lijken en waar veel watervogels leven. Dan zijn de grazers ook niet meer nodig om het gebied open te houden. Je zou de huidige populatie grazers dan kunnen laten uitsterven door geboortebeperking of je zou de huidige dieren kunnen vervoeren naar veel geschiktere natuurgebieden ergens anders in de wereld. Dat zou dan wel betekenen dat we als mensen toch ingrijpen in hun reproductie en bewegingsvrijheid, maar dat zou dan gebeuren om een eerdere menselijke fout te corrigeren, namelijk de oorspronkelijke introductie van de grazers in het gebied. Kortom, het sterven van grote aantallen grazers in de OVP is geen natuurlijk gegeven wat onvermijdelijk is. Er zijn genoeg oplossingen voor te bedenken. Individuele grazers hoeven helemaal niet worden opgeofferd.

©PiepVandaag.nl Esteban Rivas, psycholoog en filosoof, eigenaar Instituut voor Dieren in Filosofie en Wetenschap