De bontindustrie in Ierland kan op weinig sympathie rekenen van de bevolking. Hoewel de minister van Landbouw, Voedselvoorziening en Mariene Zaken, Simon Coveney, zelf geen voorstander is van bontproductie, besloot hij de vijf bontfokkerijen in zijn land vooralsnog niet te sluiten. Een enquête van The Journal om de mening onder de bevolking te peilen toont aan dat de meerderheid van de Ieren daar anders over denkt.

Nertsenfokkerij
Nertsenfokkerij | Foto ©Gaia

Simon Coveney verklaart zijn standpunt als volgt:

‘Naar mijn mening zou bij elke vorm van intensieve dierhouderij, of het nu gaat om pluimveehouderijen of bontfokkerijen, het doel moeten zijn dat aan welzijnsvoorwaarden wordt voldaan en de hoeveelheid dieren in kooien acceptabel is. Daarnaast moeten de dieren op een zo pijnloos mogelijke manier worden gedood. Dat is onze insteek.’

Geen verplaatsing bontproductie

Met een nieuw en verbeterd inspectieregime en een gedragscode (Code of Conduct) staan de vijf bontfokkerijen wat hem betreft onder verscherpt toezicht en verplaatst de bontproductie niet naar andere landen waar het veel slechter gesteld is met dierenwelzijn.

Economie of ethiek

Coveney zegt dat hij persoonlijk niets van de bontindustrie moet hebben, maar dat dat geen invloed mag hebben op zijn beslissing. Ook vindt hij het moeilijk om de economische belangen en dierenrechten tegenover elkaar af te wegen. Wel is hij trots op de nieuwe dierenwelzijnswet die dit voorjaar in werking is getreden, waardoor uitwassen als hondengevechten verboden worden en beoefenaars van bloedsporten, zoals vossenjacht, zich aan een gedragscode dienen te houden.

Strijd nog niet gestreden

Natuurlijk worden dierenwelzijnsorganisaties, zoals Animal Rights Action Network (ARAN), niet warm van de genomen maatregelen. Zij eisen alsnog een verbod en de meeste Ieren lijken aan hun kant te staan. Jaarlijks worden op de vijf fokkerijen zo’n 225.000 dieren gedood  voor hun vacht.

Bron ©PiepVandaag.nl Angelique Lagarde