Van tropische oceanen tot de bossen van Duitsland en de bergen van Japan: radioactieve straling van kernproeven en -rampen is over de hele wereld terug te vinden in de fauna. Hoewel er over het algemeen geen directe dreiging bestaat voor besmetting van anderen, is het wel een bewijs van de menselijke nucleaire erfenis. Laat het een waarschuwing zijn, de natuur vergeet niet.

radioactieve straling
De natuur vergeet niet, dus kijk uit met radioactieve straling | Foto: publiek domein

Voor zeeschildpadden zijn de koele wateren van de Stille Oceaan rondom het groene Enewetak Atol tussen Australië en Hawaï een perfect leefgebied. Dat wil zeggen, als je niet let op de straling die er doordringt nadat de Verenigde Staten er tussen 1948 en 1958 kernwapentests uitvoerden en het radioactieve afval begroeven in een betonnen tombe onder de bodem. Deze tombe is vervolgens gaan lekken. Wetenschappers hebben vastgesteld dat tekenen van het afval zichtbaar zijn in de schilden van de zeeschildpadden in de omringende wateren. Ja, de VS hebben geprobeerd het afval op te ruimen, restanten van de tombe werden herbegraven op één van de eilanden, maar de straling is niet verdwenen. Men vermoedt dat deze toen al terecht was gekomen in de lagune, of in de zeewieren en algen van het gebied, waar het is opgegeten door de schildpadden.

Zwijnen in beieren

Radioactieve straling bevindt zich niet alleen in water, ook vanuit de buitenste atmosfeer van de aarde heeft het invloed op onze fauna. Zo is vastgesteld dat wilde zwijnen in de bossen van het Duitse Beieren duizelingwekkende stralingsniveaus met zich kunnen dragen. Lang werd aangenomen dat dit te maken had met de kernramp van Tsjernobyl in 1986, maar recent onderzoek van de ‘nucleaire forensische vingerafdruk’ van de straling toont aan dat de besmetting vooral wordt veroorzaakt door wereldwijde kernproeven, uitgevoerd van Siberië tot in de Stille Oceaan. De everzwijnen raakten besmet door het eten van truffels die groeiden in door nucleaire fall-out geraakte aarde. Toen de eerste resultaten binnenkwamen, konden de onderzoekers zelf nauwelijks geloven dat per kilo lichaamsgewicht 15.000 becquerel straling werd aangetroffen, waar de veiligheidslimiet in Europa slechts 600 becquerel bedraagt.

Noorse rendieren

Tsjernobyl heeft wel degelijk gevolgen gehad voor de Europese fauna, het is de grootste bron van radioactief cesium. Na de ramp werd veel van de neerslag in noordwestelijke richting geblazen, waar het in de vorm van regendruppels neerkwam in onder andere Noorwegen. Door de weersomstandigheden kwam het niet overal in gelijke mate terecht, de gevolgen verschillen dus per gebied. In getroffen gebieden werden vooral paddenstoelen en mossen – die hun voedingsstoffen uit de lucht halen – besmet. De rendieren die van paddenstoelen en korstmossen leven lieten vlak na de ramp in Tsjernobyl heel hoge stralingsniveaus zien, ruim 100.000 becquerel per kilo lichaamsgewicht. Deze niveaus komen nu niet meer voor, maar in jaren waar veel wilde paddenstoelen groeien vertonen schapen nog steeds stralingspieken van ver boven de veiligheidsnorm. Dat betekent dat radioactieve stoffen uit Tsjernobyl nog steeds worden overgedragen van de bodem naar paddenstoelen, planten, dieren en mensen.

klimaatcrisis
Rendieren in Noorwegen | Foto: publiek domein

Japanse makaken

In Japan worden roodkopapen geplaagd door een soortgelijk probleem. Na de rampzalige meltdown van de Fukushima Daiichi-kerncentrale in 2011 steeg de cesiumconcentratie in Japanse makaken in de buurt explosief tot waarden van wel 13.500 becquerel per kilogram. De apen worden waarschijnlijk besmet door het eten van knoppen en schors van lokale bomen, paddenstoelen en bamboescheuten, die allemaal radioactief cesium uit de grond opnemen. De hoogste cesiumconcentraties zijn de afgelopen tien jaar afgevlakt, maar het vermoeden bestaat dat apen die na het ongeluk werden geboren een vertraagde groei doormaken en kleinere schedels hebben.

Mogelijk ook radioactief besmette koeien Fukushima

Zijn deze dieren gevaarlijk?

De wetenschappers die radioactieve dieren bestuderen, benadrukken dat het hoogst onwaarschijnlijk is dat de straling die ze bevatten ooit een bedreiging voor mensen gaat vormen. Dit doordat ze niet gegeten worden, lage stralingsniveaus bevatten of streng gecontroleerd worden. Maar is dat het belangrijkste? Misschien is het belang van dit onderzoek niet alleen dat er risico’s voor mensen bestaan. Maar dat we voorzichtig moeten zijn met radioactief afval voor alle levende wezens. Jarenlang hebben we gedacht dat nucleaire fall-out ergens anders naartoe gaat en daarmee verdwenen is. Dat is niet zo, ergens anders betekent niet dat het weg is, de natuur vergeet niet.

Bron:

©AnimalsToday.nl Laura Lancée