In een nationaal park in Wallonië, België, gaan de lantaarns uit. Niet vanwege bezuinigingen of drukte op het elektriciteitsnet. Ook niet omdat de energieprijzen stijgen. Het licht gaat uit omwille van de natuur.

In het park Entre-Sambre-et-Meuse worden tientallen straatlampen permanent uitgeschakeld om de natuurlijke nachtelijke omstandigheden voor insecten, vleermuizen, amfibieën en vogels te herstellen. Het besluit volgt op groeiend wetenschappelijk bewijs dat kunstlicht ’s nachts een ernstige verstoring vormt voor ecosystemen.
Het is een kleine ingreep met een grote boodschap: zonder duisternis geen volwaardig ecosysteem.
.
De onzichtbare schade door licht
Voor mensen betekent licht veiligheid en comfort. Voor veel dieren betekent het juist gevaar: desoriëntatie, uitputting en vaak de dood. Insecten worden massaal aangetrokken door kunstlicht, verliezen hun navigatievermogen en sterven rond lantaarns. In een tijd waarin insectenpopulaties al sterk afnemen, is dat allesbehalve een klein detail. De cyclus van licht en duisternis bepaalt namelijk het bioritme van onze planten en dieren.

Vleermuizen, die afhankelijk zijn van donkere vlieg- en jachtroutes, mijden fel verlichte gebieden of raken verstoord in hun foerageergedrag. Trekvogels raken gedesoriënteerd doordat zij navigeren op sterrenlicht dat in steden nauwelijks nog zichtbaar is. Kunstlicht verstoort bovendien ook biologische ritmes: voortplanting, migratie en zelfs de bloei van planten worden beïnvloed door onnatuurlijk verlengde dagen. Lichtvervuiling fungeert daarmee als een stille, maar ingrijpende vorm van habitatverlies.

Nederland bij de lichtste landen van Europa
Nederland behoort tot de meest lichtvervuilde landen van Europa. Echt donker is het hier nauwelijks nog. Kassengebieden, bedrijventerreinen, sportvelden en wegverlichting maken van de nacht een permanente schemerzone. Voor nachtdieren betekent dit dat natuurlijke rustperiodes verdwijnen. Toch zijn er ook initiatieven die laten zien dat het anders kan. In Nieuwkoop werd als eerste plaats ter wereld speciale vleermuisvriendelijke LED-verlichting geïnstalleerd: rood licht dat het zicht van vleermuizen nauwelijks beïnvloedt, maar wel voldoende veiligheid biedt voor bewoners.
Ook gemeenten zoals Den Haag hebben richtlijnen opgesteld om lichthinder voor nachtvlinders, uilen en vleermuizen te beperken. In gemeentelijke stukken wordt expliciet erkend dat verlichting invloed heeft op ecologische structuren en vleermuisroutes. Dat is hoopgevend, maar het blijft gefragmenteerd beleid.
.
Veiligheid versus duisternis?
Elke discussie over verlichting raakt vroeg of laat aan veiligheid. Na tragische gebeurtenissen klinkt regelmatig de roep om méér verlichting in parken, straten en buitengebieden. Dat is begrijpelijk. Licht geeft mensen een gevoel van controle en overzicht.Maar de vraag is of meer licht automatisch meer veiligheid betekent. Onderzoek laat zien dat gerichte, goed geplaatste verlichting effectiever is dan overal permanente felheid.

Overbelichting kan verblinding veroorzaken, waardoor een eventuele dreiging in het donker ongezien blijft. Te veel kunstlicht kan het contrast verminderen en schaduwen creëren waarin het zicht juist slechter wordt. De keuze is dus niet simpelweg licht of donker? De echte vraag is: waar is verlichting noodzakelijk, en waar niet? Waar draagt het bij aan veiligheid, en waar is het vooral gewoonte of esthetiek? Juist daarom is het Belgische voorbeeld interessant. Daar wordt verlichting niet blind uitgezet, maar kritisch bekeken. Niet elke lamp hoeft te branden om veiligheid te waarborgen. En niet elke donkere plek is per definitie onveilig.
Wat België laat zien
Het Belgische park maakt een principiële keuze: niet dimmen, niet aanpassen, maar simpelweg uitschakelen waar verlichting niet noodzakelijk is. Dat vraagt een andere manier van denken. Niet: hoeveel licht kunnen we ons veroorloven? Maar: hoeveel licht is écht nodig?

In een tijd waarin biodiversiteit onder zware druk staat, is het opvallend dat lichtvervuiling zelden dezelfde urgentie krijgt als stikstof of pesticiden. Ook in de Tweede Kamer wordt hier nauwelijks over gesproken. Terwijl het een relatief eenvoudig probleem is om aan te pakken. Een lamp uitzetten kost niets. Het vereist alleen de bereidheid om de nacht weer als ecosysteem te erkennen.
Tegelijkertijd voeren overheid en netbeheerders campagne om ons stroomverbruik te spreiden vanwege overbelasting van het elektriciteitsnet. We worden opgeroepen om bewuster om te gaan met energie, maar zelden om kritischer te kijken naar de noodzaak van permanente verlichting.

Waarom niet?
De Belgische beslissing herinnert ons eraan dat natuur niet alleen over ruimte gaat, maar ook over het ritme van dag en nacht waar dieren van afhankelijk zijn. Misschien is de vraag niet waarom België het licht uitdoet, maar waarom wij het nog steeds massaal overal aan laten?
Bronnen:
- The Guardian
- Onze Natuur
- Signify.com
- Lees ook op AnimalsToday:
.
©AnimalsToday.nl Mariska van Geelen
Gerelateerde berichten
Strijd mee tegen dierenleed!
Het licht gaat uit voor de natuur in Belgisch nationaal park




