Kunstmatige intelligentie verandert de wereld razendsnel. Terwijl de discussie zich vooral richt op de impact op mensen, blijft een minstens zo urgente vraag onderbelicht: wat betekent AI voor de miljarden dieren waarmee wij de planeet delen? Straks beslissen AI-systemen mee over hun lot, in de veehouderij, in het wild, en in hoe mensen over dieren denken. Onderzoekers zijn het erover eens: de technologie kan het lijden van dieren dramatisch vergroten, maar ook helpen terugdringen. Welke kant het opgaat, hangt af van wat de dierenbeweging nu doet.

AI en dieren: wie spreekt er voor hen?
AI en dieren: wie spreekt er voor hen? | Foto: publiek domein

AI staat voor kunstmatige intelligentie: computersystemen die taken uitvoeren waarvoor normaal menselijk denkvermogen nodig is, zoals herkenning, vertaling of beslissingen nemen. Grote taalmodellen zoals ChatGPT zijn een vorm van AI die steeds meer mensen dagelijks gebruiken. Maar AI wordt ook ingezet in de landbouw, in wetenschappelijk onderzoek en in natuurbeheer, met verstrekkende gevolgen voor dieren.

Dieren tellen niet mee

De impact van AI op mensen wordt breed besproken. Maar de dieren komen in die discussie nauwelijks aan bod. Terwijl AI hen raakt op meerdere fronten: in de veehouderij, in het wild, en in hoe grote taalmodellen dagelijks over dieren praten. Dat is een structurele blinde vlek.

Filosoof Jonathan Birch, directeur van het Jeremy Coller Centre for Animal Sentience aan de London School of Economics, is er helder over:

“AI heeft nu al enorme gevolgen voor andere soorten, maar ze worden in discussies over AI-governance, ethiek en veiligheid volledig vergeten. Dat moet veranderen.”

Hij en Jeff Sebo, directeur van het Center for Environmental and Animal Protection aan de New York University, hebben bij grote AI-bedrijven, waaronder Anthropic, Google en OpenAI, gevraagd om beperkingen op wat chatbots over dieren zeggen. Iets wat hen een heel haalbare vraag leek. Ze stuitten op verrassende weerstand.

Ingebouwde richtlijnen

Het verzoek was concreet: voeg een principe toe aan de ingebouwde richtlijnen van het taalmodel, zodat dierenwelzijn automatisch wordt meegewogen bij het genereren van antwoorden. Birch geeft een voorbeeld: als iemand vraagt wat hij vanavond kan koken, stelt een model standaard een vleesgerecht voor. Met zo’n richtlijn zou het model ook een plantaardig alternatief overwegen, of in elk geval niet automatisch dieren als voedsel framen. “Wanneer chatbots worden gevraagd hoe je dieren kunt exploiteren of mishandelen, wat zouden ze dan moeten zeggen?” vraagt Birch. Voor mensen bestaan daarvoor uitgebreide ingebouwde richtlijnen. Voor dieren niet. Birch:

“Dit is iets waar we aan moeten blijven werken.”

De weerstand waar ze op stuitten is veelzeggend. Want volgens Sebo is de omvang van wat op het spel staat nauwelijks te bevatten: de wereld telt nu meer dan 100 miljard gekweekte gewervelde dieren per jaar, en meer dan 1 biljoen ongewervelden, mogelijk oplopend tot 50 biljoen tegen het einde van dit decennium.

“Het is naïef om niet te zien hoe ingrijpend AI het leven van dieren gaat veranderen. En hoe eerder we dat doen, hoe beter de wereld voor dieren uitpakt.”

Meer dieren, meer lijden

De grootste directe bedreiging ligt in de intensieve veehouderij. AI wordt er steeds vaker ingezet om dieren continu te monitoren met sensoren, camera’s en algoritmes. In Nederland dragen koeien al sensoren die honderden MB aan data per dier per jaar verzamelen, gecombineerd met klimaatdata en productiecijfers. De wereldwijde markt voor AI in de veehouderij bedroeg in 2024 al ruim twee miljard dollar en groeit naar verwachting naar twintig miljard in 2032.

Welzijn als verkoopargument

Veehouders zullen tegenwerpen dat AI-monitoring juist goed is voor dieren: een ziek dier produceert minder, dus een gezond dier is ook een rendabel dier. En inderdaad, AI kan ziektes eerder opsporen door bijvoorbeeld afwijkende geluiden of bewegingen te herkennen, eerder dan een boer dat bij handmatige controle zou zien. De redenering klopt, maar mist de kern: de gezondheid van het dier is geen doel op zich, maar een middel. Naarmate systemen autonomer worden, verschuift de beslissing over het lot van een dier steeds meer naar het algoritme en verdwijnt de boer naar de achtergrond. Tegelijkertijd maakt AI het mogelijk om nog grotere aantallen dieren te houden en te beheren, waardoor megastallen verder kunnen groeien en menselijk contact verder afneemt.

Europa's megaboerderijen en de vervuilingsnachtmerrie
Een megastal | Foto: publiek domein

Sebo formuleert het scherp: de industrie zal optimaliseren voor productiviteit en efficiency, en daarbij een verhaal vertellen over hoe dierenwelzijn een gelukkig bijproduct is van die efficiëntie.

“Maar dat is niet altijd het geval, zeker niet in de intensieve veehouderij en aquacultuur, waar dieren leven in krappe, toxische omstandigheden, met zeer korte levens en zonder hun natuurlijk gedrag te kunnen vertonen.”

Dat wringt bovendien direct met de Nederlandse wetgeving. De wet Dieren stelt expliciet dat dieren een intrinsieke waarde hebben — los van hun nut voor de mens — en recht hebben op een dierwaardig en zoveel mogelijk natuurlijk leven. Een systeem dat puur optimaliseert voor productiviteit en het dier wegvoert zodra het niet meer rendeert, staat op gespannen voet met dat principe. Toch ontbreekt in het politieke debat over AI elke koppeling met deze wet. Terwijl de technologie al breed wordt uitgerold.

Selectie op productiviteit

AI wordt steeds meer ingezet om dieren nog sterker te selecteren op productiviteit, zoals snelle groei of hoge melkproductie. “Bedenk wie deze AI-systemen beheert en wat hun intenties zijn,” stelt Peter Singer, filosoof aan Princeton University en auteur van het invloedrijke Animal Liberation.

“Als we naar het verleden kijken, zien we dat de grote producenten vooral gedreven worden door geld en productiviteit. Bedrijven gebruiken AI om winst te verhogen, kosten te verlagen en zoveel mogelijk vlees, melk of eieren uit hun dieren te halen.”

AI en dieren op viskwekerij

De viskwekerij loopt hierin voorop. In offshore viskwekerijen kunnen tot een miljoen vissen leven. “Als het AI-systeem uitvalt, sterft een groot deel van de vissen,” waarschuwt Oscar Horta van de Universiteit van Santiago de Compostela. Opmerkelijk genoeg, roepen de Verenigde Naties, de Wereldbank en het Wereld Economisch Forum ondertussen op tot verdere uitbreiding van ‘blue food’, wat inhoudt dat steeds meer voedsel uit aquacultuur moet komen. Birch waarschuwt: zonder een gelijktijdige dierenwelzijnsrevolutie betekent de door AI mogelijk gemaakte schaalvergroting meer van wat er nu al gebeurt. In Noorwegen stierf in 2024 ruim vijftien procent van alle gekweekte zalmen, vooral door infectieziekten en verwondingen door ontluizingsbehandelingen.

kweekzalm
Kweekzalm | Foto: publiek domein CC0

AI wordt ingezet om luizenplagen eerder te detecteren. Maar in dezelfde kwekerijen worden ook lasers gebruikt om luizen van levende vissen af te scheren, een ingreep waarbij de dieren brandwonden en open wonden oplopen.

Maar los van de technologie zelf: zalmen zijn van nature trekdieren die duizenden kilometers afleggen. In kwekerijen leven ze in dichte kooien, eten ze kunstmatig samengesteld voer en kunnen ze hun meest basale gedrag niet vertonen. AI maakt dit systeem efficiënter, maar lost het fundamentele probleem niet op. Het maakt het juist groter. “Dit kan niet de toekomst zijn die we willen creëren,” aldus Birch.

Taalmodellen en speciesisme

Er is ook een minder zichtbaar risico. Grote taalmodellen zoals ChatGPT, Gemini en Claude beïnvloeden hoe mensen over dieren denken. Onderzoek laat zien hoe dat werkt: onderzoeker Tse Yip Fai testte samen met onder anderen Peter Singer en Jeff Sebo verschillende AI-modellen met vragen over zeventien diersoorten, waaronder honden, kippen, krabben en mieren. Gezelschapsdieren kregen duidelijk meer morele waarde. Landbouwdieren werden veel vaker beschreven als voedsel of product, en minder vaak als voelende wezens.

Birch noemt dit “cognitieve dissonantie op grote schaal”. Voor katten en honden worden volop AI-producten ontwikkeld die pijn herkennen, emoties interpreteren en individueel welzijn monitoren. Voor landbouwdieren wordt diezelfde technologie in de eerste plaats ingezet om productie te maximaliseren. Terwijl een varken neurologisch nauwelijks verschilt van een hond. Birch:

“Dat is precies het onrecht dat we moeten aanpakken.”

Net als de vooroordelen die in algoritmen bestaan rond ras of gender, versterken AI-systemen zo speciesisme. En er is geen bewijs dat grote AI-bedrijven deze bias actief proberen te verminderen. Als het huidige tempo van integratie van taalmodellen in het dagelijks leven doorzet, kan dit leiden tot de verspreiding van schadelijke attitudes tegenover niet-menselijke dieren en misinformatie over hun behoeften en morele waarde. Hoe meer mensen hun informatie, advies en inspiratie halen uit AI, hoe groter de invloed van die blinde vlek wordt.

Maar er is ook hoop

Het is niet alleen kommer en kwel: AI kan ook helpen om dieren beter te begrijpen. Het Earth Species Project ontwikkelt grote taalmodellen specifiek voor het analyseren van diergeluiden. Hun nieuwe open-source model Nature LM Audio kan geluiden herkennen en classificeren van soorten waarop het niet eens is getraind, van kraai tot walvis. Jane Lawton, directeur van het project:

“We geloven fundamenteel dat communicatie een belangrijk venster is op de intelligentie, cultuur en het leven van andere wezens op deze planeet. Het is een manier om mensen opnieuw te verbinden met de natuur, want die verwijdering is precies wat ons toestaat te vernietigen en uit te buiten.”

AI en wilde dieren

Daarnaast helpt AI al bij de bescherming van wilde dieren: Trail Guard detecteert stropers, Identiflight voorkomt vogelsterfte bij windturbines. Op grotere schaal kan AI ziekte-uitbraken vroeg signaleren en hulp bij natuurrampen coördineren.

Ook voor alternatieven voor dierproeven is AI veelbelovend. “Met de huidige AI-ontwikkelingen is dit het moment om concrete stappen te zetten om dieren te vervangen in tests. Ik wil die modellen inzetten voor de experimenten die het meest langdurige lijden veroorzaken,” zegt Alexandra Hammond, toxicologe aan Liverpool John Moores University.

Nu handelen, niet later

Er is een moment waarop de spelregels worden vastgelegd, en dat moment is nu. AI-bedrijven bepalen nu welke waarden hun systemen meekrijgen. Die keuzes werken door in nieuwe generaties technologie. “Dit is een kans die we misschien maar één keer krijgen. De waarden die we nu inbouwen, worden later heel moeilijk nog te veranderen,” zegt Oscar Horta van Animal Ethics en de Universiteit van Santiago de Compostela.

Voor dierenorganisaties is dit een ontwikkeling die ze zich eigenlijk niet kunnen permitteren te negeren. “Stel dat we terug konden naar het begin van het internet en als eerste zoekmachines konden beïnvloeden met informatie over dierenrechten. Dat moment hebben we gemist. Met AI zitten we opnieuw in zo’n beginfase,” zegt Sebo.

Internationaal wordt er al langer over nagedacht. In 2025 opende aan de London School of Economics het Jeremy Coller Centre for Animal Sentience, het eerste onderzoekscentrum ter wereld dat zich specifiek richt op dierensentience in relatie tot AI en beleid. Organisaties als Rethinking Priorities, Animal Ethics en Wild Animal Initiative onderzoeken hoe AI dieren kan helpen of juist kan schaden.

Industriële pluimveehouderij
Industriële pluimveehouderij | Foto: publiek domein

In Nederland staat dit onderwerp nog nauwelijks op de agenda. In het politieke debat over AI gaat het meestal over privacy, banen of veiligheid. De gevolgen voor dieren komen zelden ter sprake. Bij Wageningen University & Research wordt AI al wel ingezet om biodiversiteit te monitoren en populaties wilde dieren in kaart te brengen. Maar de ethische vraag wat deze technologie voor dieren zelf betekent krijgt echter nog weinig aandacht. Discussies richten zich vooral op toepassingen in landbouw en onderzoek.

Of AI straks bijdraagt aan meer empathie voor dieren, of juist aan verdere uitbuiting, hangt af van keuzes die vandaag worden gemaakt. Birch sluit af met een oproep die ook voor Nederland geldt:

“Nu is het moment om onze inspanningen te versnellen en het ethisch gebruik van AI ten aanzien van dieren te bevorderen. Dat betekent slechte, uitbuitende toepassingen beperken. En tegelijkertijd goede toepassingen ondersteunen en stimuleren.”

Bronnen:

©AnimalsToday.nl Liesbeth Riekwel

Gerelateerde berichten