Zelfs in een paar van de meest geografisch geïsoleerde plekken, hebben microplastics zich in de magen van kustvissen genesteld. Dat blijkt uit nieuw onderzoek naar verschillende vissensoorten in de Stille Oceaan.

Een nieuwe studie toont aan dat één op de drie vissen in de Pacifische kustwateren microplastics bevat. Onderzoekers onder leiding van Jasha Dehm van de University of South Pacific onderzochten 878 kustvissen van 138 soorten. De dieren waren gevangen door vissersgemeenschappen in Fiji, Tonga, Tuvalu en Vanuatu. Een derde van alle onderzochte dieren had tenminste één microplasticdeeltje in het lichaam. De mate van verontreiniging varieerde echter sterk tussen de eilanden. Fiji sprong eruit: bij bijna driekwart van de onderzochte vissen was het raak. Plasticvezels waren de meest veelvoorkomende microplastics, afkomstig van synthetisch textiel, visgerei en afvalwater.
Straatveger en zeebarbeel
Twee soorten kustvissen kwamen in alle kustwateren van het gebied voor. Dat zijn de lethrinus harak, oftewel de zwartvlekstraatveger, en de parupeneus barberinus, een soort zeebarbeel. Beide vertoonden aanzienlijk hogere plasticpercentages in Fiji. Dat suggereert dat de omgeving van de vissen een grotere invloed heeft op de hoeveelheid plastic, dan de specifieke biologische kenmerken van de soort zelf.
Kustvissen en voedselzekerheid
Microplasticvervuiling is een mondiaal probleem, maar de Pacifische eilandstaten en -gebieden hebben met specifieke kwetsbaarheden te maken. Snelle verstedelijking, de uitbreiding van kustgebieden en beperkte systemen voor afval- en afvalwaterbeheer zorgen voor een grotere stroom plastic afval naar de kustgebieden. Die gebieden vormen de basis voor voedselzekerheid, bestaansmiddelen en culturele gebruiken in de regio. Veel gemeenschappen zijn afhankelijk van lokaal gevangen kustvissen als hun belangrijkste eiwitbron. Uit het onderzoek blijkt dat vissen die tussen de riffen en op de bodems leven, vaker microplastics bevatten dan lagune- en openzeevissen. Dit zijn ook de soorten die het meest toegankelijk voor vissers en dus een belangrijke voedselbron vormen.
Global Plastic Treaty
De vraag wat er met ons mondiale plasticprobleem moet gebeuren, speelt al langer, ook in de internationale politiek. Binnen de Verenigde Naties wordt al jaren gewerkt aan een wereldwijd verdrag tegen plasticvervuiling, oftewel het Global Plastic Treaty. De onderhandelingen strandden afgelopen jaar nadat de verschillende landen het over belangrijke dingen niet eens konden worden. Met name over de vraag of het verdrag zich moest richten op de productie van plastic of op afval en recycling. Vorige week werden de gesprekken hervat in Genève. De nieuwe gegevens zullen daar ook een rol in hebben. Dr. Rufino Varea van het Pacific Islands Climate Action Network (PICAN) zegt:
“Deze gegevens maken een eind aan de illusie dat we door onze afgelegen ligging beschermd zouden zijn tegen plastic. Ze vormen het bewijs dat oplossingen verderop in de keten- zoals recyclingprogramma’s – onvoldoende zijn.”
Ondanks de geografische isolatie, krijgen de vissen toch kleine plasticdeeltjes binnen, ook als er geen zwerfafval te zien is.

De auteurs van het onderzoek betogen dat de resultaten uit regio’s zoals de Stille Oceaan een centrale rol moet spelen bij het bepalen van de uitkomst van de onderhandelingen. Dr. Amanda Ford, onderzoeker aan de University of South Pacific:
“Hoewel de niveaus van microplastics in de Pacifische vis over het algemeen lager zijn dan in veel geïndustrialiseerde regio’s, zijn de Pacifische gemeenschappen veel meer afhankelijk van vis als primaire eiwitbron.”
Plasticvervuiling is niet alleen een milieuprobleem, het is ook een kwestie van voedselzekerheid, gelijkheid en gezondheid voor gemeenschappen die het minst verantwoordelijk zijn voor de productie van plastic afval, maar er wel grote gevolgen aan ondervinden.
Bronnen:
- Oceanographic
- IISD
- Lees verder op Animals Today:
©AnimalsToday.nl Sophie Jongma




