Het jaar 2026 is nog maar net 2 maanden en een week oud, maar de teller van het aantal dieren dat vanwege vogelgriep preventief is gedood loopt alweer snel op. Volgens de updates van Wageningen University & Research (WUR) zijn er in Nederland dit jaar al bijna een half miljoen kippen en ander pluimvee gedood nadat het virus werd vastgesteld op pluimveebedrijven.

Om de haverklap verschijnt er weer een bericht over een nieuwe besmetting en tienduizenden dieren die preventief zijn gedood. Na reiniging en een periode van leegstand staan dezelfde schuren weer vol met de volgende ronde dieren.
Een half miljoen ‘geruimd’
In de berichtgeving gebruikt men voor het doden van de dieren nog altijd hetzelfde woord: ruimen. Een bestuurlijke term die inmiddels zo vaak in de reguliere media is herhaald, dat hij bijna neutraal is gaan klinken. Maar wat er feitelijk gebeurt, is dat men tienduizenden dieren in één keer afmaakt en vernietigt. Ze worden vergast en ondergaan een gruwelijk sterfproces.

Een woord dat de werkelijkheid verzacht
De term ruimen is niet nieuw. In de veehouderij is hij al decennialang in gebruik bij dierziekten. Maar in het dagelijks taalgebruik betekent ruimen vooral opruimen of leegmaken, doorgaans van iets wat ongewenst is. Een herkenbaar en onschuldig woord voor de lezer.
.
.
Het verschil met woorden als doden of afmaken is niet alleen semantisch. Taal bepaalt mede hoe we naar gebeurtenissen kijken. Waar ‘tienduizenden dieren zijn gedood’ een directe werkelijkheid beschrijft, creëert ‘ruimen’ afstand. Het is precies die afstand die maakt dat deze berichten, die sowieso inmiddels routine lijken te zijn, bij de gemiddelde lezer niet meer binnenkomen.
De schaal van het systeem
In de berichtgeving over vogelgriep wijst men vaak direct of indirect naar wilde vogels als de bron van het virus. Trekvogels kunnen van nature inderdaad laag-pathogene varianten van vogelgriep bij zich dragen, varianten die bij wilde vogels meestal weinig of geen ziekte veroorzaken. Maar dat is slechts een deel van het verhaal.
.
.
Wetenschappelijk onderzoek laat zien dat juist in grootschalige pluimveehouderijen zulke relatief onschuldige varianten kunnen muteren naar hoog-pathogene vormen van het virus. In stallen waar tienduizenden dieren dicht op elkaar worden gehouden, krijgt het virus de ideale omstandigheden om zich razendsnel te verspreiden en genetisch te veranderen. De wilde vogels zijn hier vervolgens ook weer de dupe van, want zij kunnen op hun beurt het dodelijke virus onder de leden krijgen.
Een terugkerend scenario
De nieuwsberichten over vogelgriep volgen inmiddels een herkenbaar patroon: een bedrijf raakt besmet, tienduizenden dieren worden afgemaakt en het woord ‘geruimd’ verschijnt in de koppen. Het leest vaak als een standaard persbericht van de NVWA of de sector zelf. Ondertussen lopen de aantallen snel op. Dit jaar zijn in Nederland al bijna een half miljoen dieren gedood. Sinds het najaar van 2025 gaat het om ongeveer 2 miljoen dieren (2.000.000). Op een bedrijf in Tienray zijn er zelfs in één keer 185.000 dieren afgemaakt. Aantallen die zo groot zijn dat ze bijna abstract overkomen.
.
En half miljoen vogels
Vogelgriep is allang niet meer alleen voor vogels een risico. In verschillende landen is het virus inmiddels ook vastgesteld bij zoogdieren, waaronder zeehonden, katten en koeien. Dat maakt onder meer dat wetenschappers het virus al langer volgen als een mogelijke bedreiging voor de volksgezondheid. Toch verandert de aanpak nauwelijks. Het roept een ongemakkelijke vraag op: waarom blijft het massaal doden van dieren vrijwel de enige reactie, terwijl de wijze waarin tienduizenden dieren dicht op elkaar in stallen staan zelden ter discussie staat?
Bronnen:
- NOS [1, 2]
- WUR
- Lees ook op AnimalsToday:
.
Vogelgriep verspreidt verder: Australische ezelspinguïn positief getest
©AnimalsToday.nl Mariska van Geelen
Gerelateerde berichten
Strijd mee tegen dierenleed!
Vogelgriep: nog maar net 2026 en al bijna een half miljoen dieren gedood




